
Moduul in het kader van Natuurkunde, Leven en Techniek
(NLT)
De
ontwikkelingen op het gebied van de natuurkunde en sterrenkunde zijn de laatste
decennia in een stroomversnelling gekomen.
Nieuwe inzichten
dienden zich aan. Wiskundige beschrijvingen van de natuurverschijnselen werden
steeds "eleganter" en comprimeerbaar.
De
waarnemingsmethoden verbeterden zich.
Dit moduul gaat over de nieuwste inzichten op het gebied van de theoretische natuurkunde en kosmologie

Inhoud
1. De fundamenten van de Quantum
Mechanica
Het grote succes van de QM. “Dobbelt God?”
Unificatie problemen: “GUT or not?”
Scheurtjes in de QM: Bell theorema; sneller dan licht?
2.De zwaartekracht
Einstein’s
algemene gravitatie theorie
Beyond Einstein:
gravitatie herzien
Waarom is de zwaartekracht zo anders?
3.De grootste problemen van de
moderne fysica
Problemen van de GUT:
Higgs deeltje
Super-symmetrische deeltjes
CP-violatie
Gravitatie +GUT : unificatie via superstrings?
Informatie-verlies aan de horizon van een
zwartgat
De kosmologische constante
Transport van gravitonen in hogere dimensies?: Randall's braneworld
Donkere materie
Higgs-veld in de kosmologie:
Inflatie
Kosmische strings
Causaliteits breking:
Wormgaten
Roterende strings
Einstein-Podolsky-Rosen device
4. Aan het front
Informatieverlies bij een zwartgat: God dobbelt en weet zelfs
niet waar de dobbelstenen heenrollen
(Hawking)versus
Extra
dimensies, Hoeveel?
Is superstring theorie de ultieme TOE?
Quantum kosmologie: many-world
interpretatie (multiverse)
Is de wereld
soms toch deterministisch (t’Hooft)
Het antropisch principe
De Fundamenten van de Quantum Mechanica
De quantum theorie beschrijft de wereld van de elementaire
deeltjes. Deze theorie is getest in vele experimenten en zijn voorspellende
kracht is indrukwekkend!
De beschrijving
van het eenvoudigste atoom in de natuur, waterstof, werd door NielsBohr (1885-1962)geleverd. Om de kern die bestaat uit
een positief geladen proton, draait een even sterk negatief geladen elektron.


De electrische Coulomb kracht
wordt gegeven door
, met k een constante (8,99.109 Nm2/C2
), q1 de lading van het electron (-1,6.10-
Echter er was wat
vreemd aan de hand met waterstof. Wanneer men het waterstof gas verhit en men
bestudeert het licht dat het gas gaat uitzenden, dan vindt men een
karakteristiek emissielijnen-spectrum
(met behulp van een prisma).

Het emissiespectrum van waterstof

Het continue spectrum van wit licht
Vergelijkt men
dit met het spectrum van gewoon wit licht (van de zon bijvoorbeeld), dan zien
we slechts enkele kleuren in het spectrum van waterstof. Hoe ontstaan deze voor
een stof karakteristieke kleuren?
De verklaring
hiervan vereist een drastische wijziging van het begrip potentiele
energie. Wanneer we een satelliet op een bepaalde hoogte van het aardoppervlak
wil plaatsen, dan is elke hoogte toegestaan! Zoniet
bij de baan van het electron: er zijn slechts
discrete banen mogelijk: de potentiele energie is gequantiseerd! Men noemt deze banen de K,L,M,…
schillen. Valt het electron terug vanuit een
aangeslagen toestand naar een lagere schil, dan komt er een “pakketje”( foton) energie vrij:
.Hierin is h de constante
van Planck en f de frequentie. Dit verklaart de
diverse kleuren in het emissiespectrum van een stof.

De energieniveau’s
van watersof
De vraag blijft:
waarom kan het electron niet overal zitten om de
kern.
Omdat het electron zich soms gedraagt als een golf! Men noemt dit het duale ( complementair) karakter
van de materie: soms gedraagt het zich als een golf, dan weer als een deeltje.
Nu weten we dat
golven elkaar kunnen versterken of uitdoven (denk aan anti-geluid)
en dat er staande golven kunnen ontstaan, zoals in een koord of
in een klankkast van een muziekinstrument.

Staande golven
Als het electron om de kern ook een golfkarakter vertoont, dan moet
dus de omtrek van de cirkel een veelvoud zijn van
!

Staande golf van een electron om de kern
Dit verklaart dus
de discrete banen van het electron en dus het
energieniveau schema van waterstof! Men kan de energie uitrekenen van zo’n aangeslagen toestand. Men maakt dan gebruik van de
klassieke mechanica wetten en het staande golf principe. De golflengte van een deeltje kan berekend worden met de
formule van Compton:
, met h weer de constante van Planck
en v de snelheid van het deeltje.
Toch kon men met
het model van Bohr niet verklaren waarom sommige
emissielijnen helderder waren. Alleen een nieuwe formulering van het gedrag van
elementaire deeltjes en straling was daartoe instaat.
Alle verschijnselen
in de natuur zijn in principe oneindig nauwkeurig te bepalen wanneer het
meetapparaat maar gevoelig genoeg is. Zo heeft men de lichtsnelheid bepaald op
vele decimalen. De buitenwereld ligt vast en die
meten we alleen maar. We ontfutselen alleen de natuur zijn geheimen. Het
principe van de quantum mechanica: we zijn participator in het geheel
van waarnemen. Wanneer we aan een verschijnsel metingen verrichten, dan
beïnvloeden we dat verschijnsel!!

Determinisme versus quantum principe
Heisenberg bracht
dit in-determinisme in woorden: wanneer men aan een
systeem zeer nauwkeurig een grootheid meet, bijvoorbeeld de plaats x, dan gaat
dat ten koste van de nauwkeurigheid in een tweede grootheid, bijvoorbeeld de
impuls. In formule
![]()
Een mooi bewijs
van Heisenberg onzekerheids relatie is het dubbel-spleet experiment (Young). Wanneer we door twee spleten licht laten vallen,
dan ontstaat er op het scherm achter de spleten een interferentiepatroon omdat
licht een golf is! De twee golven uit S1 en S2 kunnen
elkaar versterken of uitdoven. Gevolg: op het scherm ontstaan lichte en donkere
strepen.

Interferentie van lichtgolven door
een dubbele spleet.

Omdat we zagen
dat de materie duaal is, deeltje of golf, kunnen we lichtgolven
ook als deeltjes zien (fotonen). Men kan tegenwoordig fotonen per stuk maken in
een laboratorium. Een pakketje energie E=h.f met golf
frequentie f. De vraag is dan: wat gebeurt er wanneer we de fotonen een voor een richting de dubbelspleet schieten!
Resultaat: er
ontstaat weer een interferentie patroon! Zelfs wanneer we electronen richting
dubbelpleet schieten krijgt men een interferentie patroon. Men zou verwachten
dat het deeltje of door S1 gaat of door S2 , dus geen
interferentie patroon.

Foute voorstelling van elementaire deeltjes
die 1 voor 1 richting dubbelspleet gaan

Juiste voorstelling van dubbelspleet
experiment met electronen

Interferentie van electronen: men ziet op het scherm het patroon
ontstaan.
Hoe is dit nu te
rijmen met het toch deterministisch karakter van een bewegend deeltje richting
dubbelspleet. Men kan toch de baan van het deeltje volgen en zien door welke
spleet hij gaat? De Heisenberg onzekerheidsrelatie
vertelt ons dat wanneer we zeer nauwkeurig de positie bepalen van het electron op zijn weg naar de spleten en dus
zeer klein maken, we
een grote onzekerheid hebben in de impuls van het electron. Het electron kan dus
niet getraceerd worden!
Ons
voorstellingsvermogen bij het dubbelspleet experiment wordt nu wel erg op de
proef gesteld: het electron beweegt als deeltje naar
de spleten, waar het bevindt zich tegelijkertijd op een onbekende plaats!


Iets waarvan je geen voorstelling
kunt maken: BESTAAT DAT WEL?
Blijkbaar hebben
we een wiskundig concept nodig om elementaire deeltjes te beschrijven. Men
introduceert daartoe de golffunctie.
![]()
Die afhangt van
de plaats en tijd. De kans dat een deeltje zich
op tijd t op plaats x bevindt wordt dan berekend met
![]()
Er geldt het superpositie beginsel: wanneer
en
twee golven beschrijven, dan beschrijft
weer een mogelijke
fysische toestand. Wanneer we bij het dubbelspleet experiment de openingen een
voor een openen ,dan is de intensiteit op het scherm
. Wanneer beiden spleten open zijn: ![]()
, hetgeen ongelijk is aan de eerste situatie!


Golffunctie getekend als functie van de plaats en van de impuls
Voor een vlakke golf
die zich in de x-richting
verplaatst heeft men
![]()
Met A de
amplitude, k de impuls en
de frequentie. Je ziet hier ook het duale karakter: zowel
impuls (deeltje) als frequentie (golf) staat in de golffunctie. Bovendien is
hij complex (i2=-1).
Verschillende
vlakke golven kunnen samen een nieuw “golfpakketje” volgens het superpositie
principe vormen.

De Heisenberg relatie is ook duidelijk te maken met deze twee
plaatjes: wanneer
klein is (smalle gepiekte golf), wordt de impuls grafiek
juist breder:
smeert zich uit over een groter bereik van de impuls en het deeltjes begrip wordt “fuzzy” en onbepaald!
Een bewijs voor de juistheid van het begrippen
golffunctie en kans wordt geleverd door het tunneleffect.
Beschouw het electron in een potentiaal put (gebonden
door een of andere kracht). Zie de rode lijn in de figuur hieronder. De blauwe
lijnen stellen de golffuncties voor van het electron.
Het kan gebeuren dat een stukje van de golffunctie zich buiten de put uitbreidt: het electron is door de wand getunneld! Ook als de put oneindig
diep is en het electron klassiek beredeneerd nooit
uit de put kan “klimmen”! Dit verschijnsel is proefondervindelijk aangetoond!

Tunneleffect: het deeltje heeft een
kleine kans om zich buiten de put te bevinden.

Het is een fraai
voorbeeld van de kracht van de quantum mechanica

Een golffunctie die weerkaatst tegen
een wand.

Dubbelspleten (zwart) die verder uit
elkaar worden geplaatst. In groen het interferentiepatroon