Moderne Kosmologie

                                   

   Dr. R.J. Slagter en Dr. B.J. Oranje

Inhoud

1. De bouw van het planetenstelsel

              1.1  Inleiding

              1.2  Mars

              1.3  Jupiter

              1.4  Saturnus

              1.5  Exo-planeten

2. De levensloop en bouw van een ster

            2.1  Inleiding (werken met Redshift)

            2.2  Stervorming

            2.3  Het Hertzsprung-Russell (HR) diagram en de evolutie van een ster

3. De structuur van een melkwegstelsel

4. Vreemde objecten: quasars, pulsars, gammaflitsers

             4.1 Quasars

             4.2 Pulsars

             4.3 GRB's

             4.4 Kosmische straling

5. Einstein's gravitatie theorie: zwarte gaten , kosmische strings , worm gaten, tijd-rek, tijdreizen en hogere dimensies

6. De structuur van het heelal: het uitdijende heelal

7. Een nieuw model van ons heelal: Randall-Sondrum revolutie

 

 

 

******** Introductie ********

******************************************************************************************************************** 

Deze cursus moderne kosmologie is bedoeld om de leerlingen kennis te laten nemen van de nieuwste inzichten en ontwikkelingen op het gebied van de sterrenkunde. We zullen daarbij gebruikmaken van het INTERNET. Op het internet staan ontzagwekkend veel informatie op het gebied van de sterrenkunde. Dit zijn doorgaans amerikaanse sites . In de USA is het onderwijs in de sterrenkunde veel hoger ontwikkeld dan in de rest van de wereld. Zo wordt er ook sterrenkunde gegeven in de onderbouw!

Deze cursus zal bestaan uit LESBLOKKEN. Een lesblok bestaat uit een korte inleiding, een zoekopdracht en opdrachten en vragen.

De antwoorden op de vragen zet je in een schrift of op een schijfje. Je kunt het antwoordschrift ook verfraaien met plaatjes e.d.

******************************************************************************************************************** 

Lesblok 1. Het planetenstelsel.

********************************************************************************************************************   

I-1. Inleiding

Ons zonnestelsel bestaat uit een ster (de zon) en een aantal planeten. Een planeet is "koud"(straalt niet) Deze planeten draaien in cirkels (ellipsen) om het "moeder lichaam", de zon. De afmeting en eigenschappen van deze planeten verschillen sterk! Hun omloopstijden en afstanden tot de zon voldoen aan wetmatigheden (wetten van Kepler).

Alleen op de aarde ontwikkelde zich leven, hoewel op Mars vroeger ook primitief leven geweest kan zijn!!

Hieronder zie je de negen planeten van ons zonnestelsel op schaal: (volgens een nieuwe definitie van een planeet, zou Pluto geen planeet meer genoemd mogen worden. Er zijn dan maar 8 planeten)

 

V1. Geef de namen van planeten die staan afgebeeld. Zet de namen in volgorde van grootte. Geef bij elke planeet een kenmerkende eigenschap.

V2. Probeer uit te vinden wat de nieuwe definitie van een planeet is.

Hieronder zie je de positie van de planeten in hun baan om de zon op een zeker moment

V3. Wat valt je op aan de baan van Pluto?

Een mooi overzicht van de planeten van ons zonnestelsel vinden we bij: The Nine Planets

Bestudeer de kenmerken van de planeten. Kijk ook eens bij de maantjes van de planeten.

 

V4. Welke maan van Saturnus lijkt het meest op onze maan?

V5. Wat is er zo bijzonder aan Titan?

V6. Wat zou er met de baan van de aarde gebeuren, wanneer de massa van de zon opeens 2x zo groot zou worden?

V7. Welke planeten hebben ringen?

V8. Beschrijf de atmosferische condities op Venus.

V9*. Een nieuw object in het zonnestelsel heeft een periode van 20j. Waar zou dit object staan?

 

Opdracht: Maak een mooi overzicht van alle maantjes van de planeten.

 

 Ons zonnestelsel met de zon als middelpunt waarom de planeten draaien, noemen we het heliocentrisch beeld (helios=zon). Niet zolang geleden dacht men dat de aarde het centrum van het universum was.: alle planeten en de zon draaien om de aarde: het geocentrisch wereldbeeld van Aristotles

 Copernicus was de geleerde die dit geocentrisch wereldbeeld probeerde te vervangen door het heliocentrisch. Dit werd hem niet in dank afgenomen door de kerk in die tijd! Een belangrijke ontdekking die bijdroeg tot het heliocentrisch beeld, was het zogenaamd "teruglopen" van de buitenplaneten (lusbeweging). Wanneer men de positie van bijvoorbeeld Jupiter opmeent een lange periode, dan zou je in het geocentrisch wereldbeeld verwachten dat de baan een cirkel wordt: de aarde is toch het middelpunt. Dit was niet het geval! Hieronder zie je een filmpje dat uitlegt hoe de lussen ontstaan:

I-2. Mars

Mars is een bijzonder planeet. In de tijd dat men de eerste primitieve telescopen bouwden, dacht men dat er kanalen op mars bestonden (zie linker foto), gegraven door een beschaving. Ook het begrip "groene marsmannetjes" is bekend uit de eerste science-fiction films!

We gaan nu eens kijken naar recent onderzoek op MARS. Zoals je misschien wel weet, is er water op mars. Kort geleden zijn er zeer nauwkeurige foto's gemaakt van het oppervlak van mars:. Zie Mars exploration program Hier vind je ook informatie over de sateliet ODYSSEY die eind oktober bij Mars kwam. Bestudeer het doel van de Odyssey.  Zoek ook eens de foto's waaruit blijkt dat er kort geleden water moet hebben gestroomd. Ook kun je op de site animaties zien van het Mars vaartuigje Rover.

                                  

Hierboven zie je een recente opname van een kraterwand waar duidelijk een geul te zien is waar water heeft gestroomd. Rechts zie je de uitleg.

De europese ruimte sonde "EXPRESS" maakte  in 2007 opnamen waaruit blijkt dat ook de zuidpool een ijskap heeft! Hieronder zie je een paar fraaie opnamen van het oppervlak van Mars.

In het bijzonder de vulkaan gevuld met ijs!(rechts) en het neeerstorten van puin van een helling ( foto rechts onder). Het witte gebied op deze foto is bevroren koolzuurgas (C02).

    

  V10. Probeer er achter te komen hoe lang geleden er waarschijnlijk water heeft gestroomd op Mars. Volgens welk geologisch principe gebeurde dit?

 

Extra: We gaan naar de site:Paper model of the PATHFINDER We gaan een papiermodel van een mars verkennings vaartuigje maken.

Verdeel het werk over de klas. Volg de instructies van de site.

 Extra: Face of Mars.

                    

Er bestaat op Mars een rotsformatie, waarin men een gezicht kan herkennen (zie linker foto). Er zijn dan natuurlijk mensen die denken dat dit door een andere beschaving is gemaakt. Tegenwoordig heeft men echter betere foto's van het "gezicht" kunnen maken: zie rechter foto. Bovendien zien zij ook in andere rotsen "duidelijk" de vorm van piramides. Ga naar de siteMartian Enigmas en Face of Mars , en bestudeer de verschillende argumenten die men aanvoert.

V11. Wat vind je zelf van de stelling dat "wezens" het gezicht hebben gemaakt(dus kunstmatig)?

  Men moet op Mars zelf brandstof kunnen maken. Het is onmogelijk om voor de reizen terug ook brandstof mee te nemen. Dus men heeft zuurstof nodig. Gelukkig heeft men op mars water gevonden.Ga naar de siteMars Exploration en lees eens hoe ze in de toekomst een nederzetting op Mars mogelijk gaan maken. Bekijk ook de fraaie plaatjes van de pathfinder! Je kunt ook mee doen met een wedstrijd. Je moet dan zelf een ontwerp bedenken voor een nederzetting of iets wat daar mee te maken heeft.

Op de site http://www.nasa.gov/mission_pages/constellation/main/education.html staat het nieuwe mars programma "Constellation"dat president Bush heeft opgestart om bemand naar mars te gaan.

Er zijn nog veel meer Mars-sites. Vooral in de USA zijn er hele volkstammen die denken dat ze snel op Mars zullen staan. Bekijk ze maar eens: Spaceref205 ** Spaceref159 ** 2030: Homesteading Mars ** Red Horizons Unlimited

 

V12. Op de sites spaceref 201 komt het begrip "artificial gravity" voor wanneer men het over een bemande reis naar Mars heeft. Wat zou hiermee bedoeld worden?

V13. De reistijd naar Mars moet voor een bemande vlucht zo kort mogelijk duren. Noem een paar effecten en problemen die kunnen optreden na een lange reis in gewichtloosheid.

V14. Op de site spaceref159 hebben ze het over een nieuwe aandrijving van een raket, die de reistijd naar Mars moet halveren! Op welk principe berust deze raket?

 

 

De eigenschappen van de planeten kunnen met elkaar vergeleken worden. Op de site the planets vind je een wetenschappelijk overzicht van deze kenmerken. Bestudeer de vergelijkingen.

V15. Maak een grafiek van de oppervlakte temperatuur op de verschillende planeten en de afstand tot de zon. Geef commentaar.

V16. Maak een grafiek van de versnelling van de zwaartekracht tegen de massa. Dit zou je kunnen verklaren!

Op aarde vind men wel meteorieten (stenen uit de ruimte die niet verbranden in de dampkring) die van Mars afkomstig zijn. Hierop zijn micro-bacterieen gevonden. Bezoek de siteMars meteoriet .

V16. Zou het leven op aarde afkomstig kunnen zijn van Mars? Geef argumenten voor en tegen deze stelling.

  Er zijn astronomen die denken dat in de toekomst Mars gekolonialiseerd zal worden. Het grote obstakel is de lange reistijd.

V17. Zoek uit hoe lang een ruimteschip met een snelheid van 40.000 km/u er over doet.

 

 

I-3 Jupiter

Jupiter is de grootste planeet van ons planeten stelsel . Zou hij nog iets groter zijn uitgevallen, dan zou hij kunnen gaan stralen.

      

Men andere woorden, dan zou de massa zich onder invloed van de zwaartekracht gaan samentrekken en zichzelf kunnen ontsteken. Het ontstekingsprincipe berust op kernfusie (kernreacties vinden ook plaats in kerncentrales) . Verder heeft jupiter 16 maantjes, waarvan Europa de bekendste is, omdat er veel water (meer dan op aarde!!) voorkomt. Hij heeft een dikke ijskap. Men vermoed dat in het water onder de ijskap primitief leven aanwezig kan zijn, te vergelijken met het primitieve leven onder onze poolkappen. Men heeft een plan klaar om door de ijskap van Europa te boren. Bekijk de site van Europa.

 

Verder is er de rode vlek (zie foto hierboven). Dit is een "storm" die al jaren actief is.

Spectaculair was een paar jaar geleden de inslag van de komeet Skoemaker-Levy 9. Deze inslag is in sterkte te vergelijken met de inslag van de komeet op aarde 65 miljoen jaar geleden waardoor waarschijnlijk de dinosauriers uitstierven. Ga naar de site Jupiter . Bestudeer de verschillende sites die daar aan gegeven staan. Ga ook eens naar de site Galileo . Het ruimtevaartuigje Galileo heeft fraaie opnamen gemaakt van Europa.

V18. Wat stelt de rode vlek voor?

V19. Waaruit bestaan Jupiter voornamelijk?

V20. Europa lijkt in bepaalde opzichten op onze aarde . Leg uit waarom.

 

I-4 Saturnus

 Saturnus een bezondere planeet, omdat er ringen om de planeet aanwezig zijn. Op de rechter foto zie je een detail opname van de ringen!

          

 V21. Zoek uit waar deze ringen uit bestaan. Hoe zijn ze ontstaan?

 

Hierboven zie je een overzicht van de maantjes van Saturnus en de structuur van de ringen.

De maan Pandora beinvloedt de vorm van een van de ringen. Zie de foto hieronder, gemaakt door het vaartuigje Cassini

V22. Wat bewijst deze foto omtrent de eigenschappen van de ringen?

 

 I-5 Exo-planeten

Er bestaan ook planeten om andere sterren. Er zijn er nu zo'n 60 bekend .We noemen deze : EXO-planeten. Het is interessant om te onderzoeken of er planeten om andere "zonnen" bestaan die ongeveer dezelfde condities vertonen als onze aarde.  Dit zou voor eventuele kolonialisering (in de verre toekomst) interessant kunnen zijn . Hieronder zie je artist impressions van enkele exoplaneten die kortgeleden ontdekt zijn.

De rechter is een mooie van Lynette R. Cook, Artist/Illustrator[ used with permission] .Het stelt Gliese 876 voor.Zie ook haar site: http://extrasolar.spaceart.org

            

 

 De eerste exo-planeet werd ontdekt door de astronoom Alexander Wolszczan in 1991 en later bevestigd in 1994. Deze planeet draait trouwens niet om een gewone ster, maar om een zgn. pulsar (dit is een ster die krachtige radio signalen uitzendt; zie later). Hij ontdekte deze planeet door de luisteren naar de radiosignalen van de pulsar. Hij gebruikte daartoe de grote radiotelescoop in Aeribo, Mexico.(pulsar planet).

V23. Probeer uit te leggen hoe hij aan de radiosignalen kon zien dat er een planeet om de pulsar draait.

V24. Is er leven mogelijk op zo'n planeet om een pulsar?

Ga naar de site: exo-planets. Je vindt hier een aantal exo-planeten. Zoek de ster waarom de planeet zit eens op op de sterrenkaart. Bijvoorbeeld 51 Pegasi. De meeste exo-planeten zijn van het type Jupiter, dus vele malen zwaarder en groter dan de aarde. Kort geleden (06/2000!) heeft men twee exo-planeten ontdekt die, wat omvang betreft, op de aarde zouden kunnen lijken. Een daarvan zit om Epsilon-Eridani, een ster op 10,5 lichtjaren van de aarde! Zoek de ster eens op en bezoek de site:exoplanets.org

V25. Wat zouden ze bedoelen met "hot" Jupiter type?

V26. De planeet moet niet te ver van de ster en niet te dicht bij de ster staan. Waarom niet denk je. Probeer een aantal voorwaarden te formuleren waaraan zo'n exo-planeet moet voldoen opdat er "leven" mogelijk zou zijn.

V27. Bespreek met een mede leerling hoe groot de kans zou zijn om leven, zoals op onze aarde, op een exo-planeet te vinden. Bedenk dat er 1040 sterren zijn en men bij ongeveer 1 op de 100 sterren een planetenstelsel vindt.

In april 2007 heeft men een exoplaneet ontdekt die zeer veel lijkt op onze aarde! Het is de  Gliese 581 in het sterrenbeeld Libra op 20 lj. De ontdekking is gedaan met de 3,6m grote telescoop in Chili.

                                            

De oppervlakte temperatuur zou liggen tussen de 0 en 40 graden, dus vloeibaar water kan er voorkomen! Een omloop op de ster duurt 13 dagen en hij staat 14 maal dichter bij de ster dan de aarde bij de zon. De ster is echter veel zwakker dan onze zon. In de nabije toekomst moeten krachtige telescopen meer kunnen zien van de dampkring van Gliese. Zou er zuurstof in zitten?

 *****************************************************************************************************************************************************

Lesblok 2. De sterren

*****************************************************************************************************************************************************

II.1  Inleiding

 Wanneer je s'avonds naar de hemel kijkt, dan zie je ontelbaar veel sterren. Elke ster is een "soort zon" op grote afstand. Daardoor zijn ze ook niet zo fel als onze zon en zie je ook alleen maar een lichtpuntje. Op een sterrenkaart kan met de grootste sterren vinden. Haal eens een sterrenkaart er onderzoek hoe men de sterren indeelt . Men werkt met sterrenbeelden en magnituden(=schijnbare helderheid). Op de sterrenkaart vind je ook nog andere objecten: sterrenstelsels en nevels. Deze objecten komen later aan de orde. De sterren zijn gevormd uit stof, miljarden jaren geleden. Er worden ook nieuwe sterren "geboren" en sterren gaan ook "dood"(=verliezen hun stralend vermogen). Wanneer veel stof "samenklontert" tot een bal, dan kan deze zo warm worden, dan de bal zich ontsteekt en gaat branden: er is dan een ster ontstaan. Is de brandstof op, dan zal de ster uitdoven ("dwerg ster") en in elkaar schrompelen ("neutronen ster" ) en eventueel een "zwartgat" worden.

 Onze zon is dus ook een brandende bol, een "gewone" ster die voor ons alleen wat dichterbij staat dan andere sterren. Links zie je de beroemde zonnevlekken en rechts enorme "vlammen"aan het oppervlak.

        

 

V1. Zoek de ster alpha-centauri op. Wat is de magnitude?

V2. Wat zou je verstaan onder absolute helderheid?

V3. Waarom kan men de hoogte van een ster boven de horizon niet als coordinaat van een ster gebruiken?

V4. Tijdens welke gebeurtenis kan men bewijzen dat de zon de dierenriem volgt (ecliptica)?

 

 Werken met REDSHIFT

Dit is een programma waarmee je snel en overzichtelijk sterren kunt opzoeken. Start het programma. Je krijgt dan eerst een introductie filmpje te zien. Redshift is een zeer fraai maar complex programma. We beginnen met de sterrenkaart.

 

II-2 Stervorming

 2.2.1. De grote Hubble-space telescoop heeft enkele gebieden gelokaliseerd waar sterren worden gevormd uit stofwolken. Dit kan zijn in ons eigen melkwegstelsel  of in een ander melkwegstelsel (het melkwegstelsel of galaxy wordt later behandeld). Hieronder zie je een eenvoudige voorstelling van de vorming van een ster. Door de zwaartekracht wordt het gas samengetrokken en wordt daardoor zo heet dat het gaat stralen. Meestal wordt tijdens dit proces ook een ring van materie gevormd om de ster, waaruit planeten kunnen ontstaan.

Hierboven zie je een fraaie opname van de Hubble telescoop van een gebied van stervorming.

 

Ga na de site:embryo sterren. Hier zie je gaswolken waarin sterren zich aan het vormen zijn! Ster vorming treedt soms ook op in de overblijfselen van een ontplofte "oude" ster (er blijft dan meestal een soort"nevel" over). Kijk eens bij de Orion-nevel. Je vindt er ook een mooie opname van een zgn proto-planetaire disk.: een planetenstelsel in wording! Er zijn ook animatie filmpjes over ster-vorming en planeet-vorming.

Ga naar de site starformation   Hier zie je een overzicht van de vorming van sterren uit stof en gas.

V5. Probeer er achter te komen hoe de planeten ontstaan tijdens de vorming van een ster

2.2.2.  De sterren aan de hemelbol worden globaal ingedeeld in STERRENBEELDEN. Dit heeft een historische oorsprong. In de oudheid "herkende" men zogenaamde beelden in groepen sterren. Zo zag men een Grote Beer in een zekere groep sterren, dus werd dat Ursus Major.

Bezoek de voldende sites eens en bekijk de vorm van de sterrenbeelden. Constellations & PAS & constellation photos & Stars+Constellations

Vaak hebben de namen een mythologische oorsprong. Ga naar de site myths about the sky en onderzoek eens waar de sterrenbeelden en sterren mee werden verbonden in de verschillende oude culturen.

II-3 Het Hertzsprung-Russell (HR) diagram en de evolutie van een ster

Sterren doorlopen ook levensfasen. Wanneer een ster 'geboren' wordt, is hij meestal nog niet zo heet er straalt hij ook nog niet zo krachtig. In de loop van de tijd (we praten hier over miljarden jaren!) wordt de ster heter engaat hij sterker stralen. Dit heeft te maken met de kern-fusie reacties en de zwaartekracht in de ster. Men kan de levensloop van een ster weergeven in een HR-diagram.

Hieronder zie je de absolute helderheid (lichtkracht)van de sterren uitgezet tegen de temperatuur (horizontaal naar links oplopend). De temperatuur bepaalt de spectraal klasse (Oh Be A Fine Girl Kiss Me)

 Vergelijk de twee plaatjes hieronder.

 

                         

Ga naar de site HR-diagram en bestudeer het diagram.

V6. Bepaal de kenmerken van onze zon: temperatuur, spectraal type en magnitude.

V7. De 'baan' van Jupiter is ook aangegeven. Leg deze uit.

Ga naar de site HR-simulator en simuleer de levensloop van een ster.Op de siteHR zie je een mooi overzicht van het HR-diagram.

Opdracht: Maak zelf een HR-diagram van een aantal sterren die je uit de sterrenatlas haalt.

 

Soms gaat een super reus-ster over in een nova of supernova(SNe). In een korte tijd (dagen) "blaast" de ster zich op. Dit heeft te maken met de hoeveelheid kern-brandstof die aanwezig is.

Na een nova of supernova uitbarsting blijft er een   soort "wolk" over, met in het centrum het restant van de ster. Hieronder zie je een animatie.

                        

Een supernova explosie wordt zelden in ons eigen melkwegstelsel waargenomen ( de kans op zo'n explosie is niet zo groot) .In andere melkwegstelsels ziet men vaak zo'n explosie, zeker nu de waarnemingsmethoden zijn toegenomen.

De HUBBLE space telescoop maakt fraaie opnamen van deze restanten. Hieronder zie je enkelen. Soms hebben ze een naam gekregen, zoals de krab-nevel en cats eye

    

     

          



Ga naar de site The Messier Catalog en bekijk eens de fraaie nevels. Vaak is in het centrum van de nevel nog het restant van de ster te zien. Een ander site waar je fraaie nevels en supernovae restanten vindt is AOP . De bekendste is de Krab-nevel(M1).Bestudeer de kenmerken van de M1.

V8. In welk jaar is de krabnevel ontstaan en met welke snelheid beweegt het gas naar buiten?

V9. Wat hebben ze in het centrum van de M1 in 1968 ontdekt?

 In 1987 was men getuige van een super novae uitbarting. Een unieke gebeurtenis! Het bijzondere was, dat gelijktijdig met de uitbarsting, ook neutrino's , uitgezonden door de ster,werden gedetecteerd op aarde. Hieronder zie je links twee opnamen van de ster. Let op het enorme verschil is sterkte! Rechts zie je twee recente opnamen  van het overblijfsel van deze super nova!

                            

Hieronder zie je een filmpje van aan elkaar geplakte opnamen van een supernova in 1998. De datum staat er telkens bij. Deze supernova vond ook plaats in een ander melkwegstelsel!. Toch overstraalt de nova het gehele stelsel!

 

Ga naar de site Best of Hubble space telescoop en bekijk de foto's.

Kortgeleden ( feb 2002) hebben ze ontdekt dat een supernova in Scorpius-Centaurus 2 miljoen jaar geleden de oorzaak was van de massa extinction in het Pliocene-Pleistocene. De stroom van hoog energetische deeltjes vernielde de ozonlaag, waardoor de untra-violette straling van de zon vrij spel kreeg en de kleine organismen in de oceanen doodde. De supernova stond toen op 130 lj. Nu staat hij op 490 lj.

V10. Zoek met redshift de nevel op.

Ook vermoedt men dat het uitsterven van de mammoet te wijten is aan een supernova explosie, zo'n 41.000 jaar geleden. Overblijfselen van deze explosie zouden 13.000 jaar geleden in de vorm van een grote komeet de aarde getroffen hebben. De explosie van de supernova gaf een schokgolf waarin ijzerhoudende deeltjes voorkwamen. Deze deeltjes heeft men gevonden op de slagtanden van 34.000 jaar oude mammoeten.. De snelheid van deze deeltjes moet ongeveer 10.000 km/s geweest zijn! Dit kan men afleiden uit de diepte van de deeltjes in de slagtanden.De deeltjes moeten dan ontstaan zijn bij een supernova explosie 7000 jaar eerder op 250 lj van de aarde. De expansiesnelheid van het gas ligt inderdaad bij de 10.000 km/s! Ook heeft men in sedimenten een verhoging van het radioactieve koolstof C-14 gevonden bij 41.000j, 34.000j en 13.000j! Zie de grafiek.

V11. Je ziet 3 pieken in de concentratie ten gevolge van 1 SNe. Leg uit hoe dit kan. Denk aan de 3 verschillende snelheden !

V12. In 1572 was er ook een supernova, de Tycho-supernova. Onderzoek de kenmerken.

 

Kort geleden heeft de Rontgen sateliet Chandra een pulsar( zie later) gevonden in het centrum van een nevel van een super nova explosie in het jaar 386. Cheneese geleerden hebben dit gezien en opgetekend(zie hieronder)

V13. Wat kan er overblijven  in het centrum van de nevel?

Ga naar de site remnants SNe en bekijk enkele overblijfselen. Ook op de site remnants SNe vind je een veel informatie.

V14. Hoe verklaar je de sterke toename van waarnemingen van super nova explosies de laatste jaren?

Hier zie je nog een fraaie animatie van de 1987 SNe   SNe 1987

 

De jongste SNe in ons melkwegstelsel is kort geleden door de Chandra sateliet  ontdekt (325 jaar oud, Cassiopeia A)

Links zie je rode en groene slieren: hier bewegen o.a. electronen met  gigantische snelheden Het zou best eens kunnen dat we hier de bron zien van de mysterieuse kosmische straling die de aarde treft (zie later).

Er bestaan ook Hypernova (HN), vele malen sterker dan een SN. Hieronder zie je twee mogelijke kandidaten. Men vermoedt dat deze hypernova verbonden zijn met het verschijnsel Gamma-Ray Burst (GRB), krachtige uitbarstingen van gamma straling (zie ook later)

Explanation: What created these huge explosion remnants? Speculation has been building recently that outbursts even more powerful than well-known supernovae might occur. Dubbed hypernovae, these explosions might result from high-mass stars and liberate perhaps ten times more energy than conventional supernovae. A hypernova was originally postulated to explain the great amount of energy seemingly liberated in a gamma-ray burst. A search for visible remnants of hypernovae has now yielded the above two candidates. Nearby spiral galaxy M101, shown on the right, has two large expanding shells that might have originated from a hypernova. Remnant NGC 5471B on the upper left and MF83 below were identified by the unusually high amount of X-ray radiation they emit. MF83 is also one of the largest expanding shells ever found. Research continues into the possible nature and visibility of hypernovae and the gas shells they likely leave behind.

Hieronder zie je een ander voorbeeld van een GRB waarbij de na-gloed ("afterglow") zichtbaar was. Dit zijn de meest energierijke gebeurtenissen in het universum.Zie lesblok 4.

 

Hierboven zie je een animatie van de helderheid van zo'n hypernova.Het linker plaatje geeft alle GRB's aan. De HN overstraalt het hele plaatje van de hemelbol! De energie die de zon in 10 miljard jaar zou uitzenden komt in 0,1 seconde vrij!

********************************************************************************************************************

Lesblok 3 Het melkwegstelsel

  ********************************************************************************************************************

 De sterren in het heelal zijn niet random verdeeld over een bol, zoals men zou verwachten wanneer het heelal op een gelijkmatige manier uitdijt. De sterren zijn gegroepeerd in sterrenstelsels (galaxies). Ook wij leven in een sterrenstelsel. We noemen hem het melkwegstelsel. Hieronder zie je een afbeelding van een melkwegstelsel (M100), die erg veel lijkt op ons melkwegstelsel.

Duidelijk zijn de spiraal armen zichtbaar. Het lijkt wel alsof het een draaikolk van sterren is om een centraal punt.Hieronder ze de beroemde Andromeda M31. Hier zijn de armen minder duidelijk zichtbaar.

 

 Tegenwoordig weet men ongeveer hoe de melkwegstelsels en hun verdeling ontstonden. We komen hier later op terug. Op de site Home Sweet Home zie je een model van een melkwegstelsel met zijn gemiddelde afmetingen. Hieronder zie je een animatie van de ontwikkeling van een melkegstelsel

V1. Maak een schematisch model van een melkwegstelsel. Zet de afmetingen erbij.

V2. Wat versta je onder de lokale groep?

 Sommige melkwegstelsels hebben spiraalarmen, zoals ons melkwegstelsel. De nederlandse natuurkundige Prof. Oort heeft baanbrekend werk verricht op het gebied van de structuur van ons melkwegstelsel. Hij ontdekte dat de interstellaire gassen (o.a. waterstof)in ons melkwegstelsel in een spiraal structuur voorkwamen. De volgende stap was dan dat ook de sterren in deze structuur zaten. Ga naar de site The guide to the universe en zoek uit in welke arm we zittten.

V3. Hoe heet de arm waarin we zitten"? Hoe ver van het centrum is dit?

V4. Wat versta je onder de "lokale bel"en hoe is die ontstaan? Hoe groot is de diameter van deze bel in km?

Het centrum van ons melkwegstelsel heeft men goed in kaart gebracht. Hierboven zie je een model van ons melkwegstelsel. Rechts het centrum waar een ( of misschien meerdere) zwarte gaten zitten.

Hierboven zie je een closeup van het gebied van sterren die om het zwartegat draaien.

 

V5. In de Sagittarius arm zie je een aantal markante objecten. Maak een overzichtje van deze objecten (een aantal zullen we later nog tegen komen).

In het centrum van elk melkwegstelsel zit waarchijnlijk altijd een zwart gat. In sommige melkwegstelsels een super zwaar zwart gat (massa enkele miljoenen maal de massa van de zon!!). Men vermoedt dat dit zwarte gat een rol speelde bij de vorming van het melkwegstelsel. Deze zgn. "primitieve" zwarte gaten zouden reeds in het vroege begin van het heelal aanwezig zijn. Bij het onderwerp heelal structuur komen we hierop terug. Men herkent zo'n zwart gat aan enorme activiteit van de sterren in de buurt. Behalve miljarden sterren bevat een melkwegstelsel interstellair gas waaruit steeds nieuwe sterren worden gevormd en dark matter (onbekende missende massa; zie later).

Sterrenstelsels beinvloeden elkaar via de zwaartekracht en kunnen met elkaar botsen. Hieronder zie je een animatie berekend door een super computer.

De meest bizarre vormen kunnen na zo'n botsing ontstaan. Hieronder zie je enkelen. Een beroemde is het "karrewiel" (Cartwheel)

  

 

 Ga naar de site Interacting galaxies en bekijk enkele botsende sterrenstelsels.Hieronder zie je nog een aantal animaties.

 

V6.Probeer het eindresultaat te koppelen aan een werkelijke situatie.

 

 Zie ook de site Cartwheel. Hier vind je ook fraaie opnamen van nevels en andere bijzondere sterrenstelsels. Op de site ZEBU vind je ook animatie filmpjes van botsende stelsels!

 

V7. Probeer er achter te komen hoe het karrewiel kon ontstaan.

 

De VLT (very large telescope) van ESO (Chili) maakte kort geleden de onderstaande opname van drie botsende sterrenstelsels op 650 miljoen lj. Het heeft de naam Cosmic Bird. De snelheid van botsen  is 400 km/s.

 Er zijn verschillende typen sterrenstelsels. De vorm heeft te maken met hun ouderdom. Hieronder zie je een schema van de verschillende typen met hun klasse-naam.

 

E0-E7 zijn elliptische stelsels, die in het algemeen jong en helder zijn. E7 betekent dat ze elliptischer zijn dan E0 (dus meer afgeplat).Spiraal stelsels worden aangegeven met een S. Soms bevindt zich in het centrum een helder elliptisch deel; dat spreekt men van een "barred" spiraal stelsel. Sterrenstelsels hebben een catalogus kenmerk van Messier, bijvoorbeeld het beroemde sterrenstelsel M31(Andromeda). Ook nevels (restant van novae en supernovae) en sterrenhopen (hoge concentraties van sterren) hebben vaak een M nummer. Een andere classificatie in het NGC nummer. Ga naar de site, The Messier Catalog of the NGC Catalog en clik galaxies.

V8.Zoek een fraaie foto bij elk van de typen stelsels en print deze uit.

V9. Doe statistisch onderzoek naar het voorkomen van de verschillende types stelsels. Bekijk een flink aantal sterrenstelsels en schat het type.

Er zijn ook stelsels die buiten de classificatie vallen Dit zijn vaak uitzonderlijk fraaie stelsels. Ga naar de site Arp's catalog en bekijk de foto's.Schets eens zo'n stelsel. De HST heeft een fraaie deepsky opname gemaakt waarop talloze stelsels te zien zijn. Het merkwaardige is dat hoe verder en dieper men kijkt in het heelal, hoe meer stelsels men ziet!!Verder vind je op de site NSSDC ook nog een aantal fraaie bijzonder stelsels.

Op de site van de Hubble space telescoop vind je de beste opnamen van deze telescoop. Men ontdekt steeds weer verder weg jonge melkwegstelsels. Hieronder links een ver verwijdeld stelsel gemaakt met de Hibble telescoop en rechts de "record-holder".Deze werd gemaakt door de Advanced Camera for Surveys (ACS) aan boord van de Hubble. Het stelsel (A1689-zD1) staat 12,8 miljard lichtjaren weg en is alleen te zien doordat een cluster (Abell) op de voorgrond als lens optreedt.A1689-zD1 ontstond midden in de "dark-ages" van de evolutie van het heelal: 400.000--1 miljard na de BB.Deze periode wordt gekenmerkt door het ontstaan van sterren en stelsels die dan hun licht beginnen uit te stralen.

V10. Probeer er achter te komen hoe ver weg de Abell cluster  staat.

Er betaat ook een data-base waar je een bepaald object kunt zoeken:Extragalactic database.  De Hubble heeft ook "deep-field" foto's gemaakt. Dit zijn opnamen van een klein gebiedje van de hemelbol, waar je in eerste instantie geen objecten ziet. Ga je echter lang belichten, dan ziet Hubble verrassend genoeg weer vele melkwegstelsels!! Deze staan miljarden lichtjaren ver weg. Blijkbaar werden deze stelsels al vroeg in het ontstaan van het heelal. We zullen later zien hoe men deze afstanden berekent.

                     

 

Sterrenstelsels komen niet random voor in het heelal. Het blijkt dat de sterrenstelsels weer gegroepeerd zijn in clusters. Zo behoort ons melkwegstelsel tot de lokale groep sterrenstelsels. Kort geleden is een nieuw sterrenstelsel ontdekt door de radiosterrenwacht in Dwingelo (!) dat bij onze lokale groep behoort.

V11. Probeer er achter te komen welke bekende sterrenstelsels tot onze groep behoren. 

Hubble heeft ook foto's gemaakt van clusters. Hieronder zie je een cluster van duizenden melkwegstelsels op een afstand van 9 miljard lichtjaar. De afmeting van het gebied is slechts enkele miljoenen lichtjaren! Deze cluster bevat elliptische stelsels en veel onregelmatige stelsels (zie inzet).

V12. Verklaar de vele onregelmatige stelsels.

Het blijkt dat de verdeling van de melkwegstelsels over het universum veel weg heeft van een "spons": er zijn "gaten" zonder stelsels en verdichtingen met veel stelsels. Men noemt dit de "void and filament" structure.Hieronder zie je een computer model van deze structuur. De grote vraag is, hoe kreeg het heelal deze structuur. Veel logischer zou zijn dat alle stelsels random verdeeld waren.

 

Hieronder zie je een overzicht van enkele clusters.

 

**********************************************************************************************************************************************

Lesblok 4 Vreemde objecten.

***********************************************************************************************************************************************

Behalve de sterren en planeten zijn er ook andere objecten ontdekt in het universum.

IV-1. Quasars.

 

Quasars staat voor Quasi Stellar Radio Source. Dit zijn krachtige radiobronnen, waarvan men lange tijd niet de oorsprong kende. Lange tijd dacht men dat quasars een soort ster was die onzichtbaar was en alleen radiostraling uitzendt. In 1963 ontdekte men dat deze quasars een enorme roodverschuiving (Doppler effect) vertoonden. Dat betekende dat ze zeer ver weg staan, buiten ont melkwegstelsel. De helderste quasars behoren zelfs tot de verst verwijderde objecten die we kennen. De Hubble telescoop ontdekte echter dat de quasars verbonden zijn met de centra van melkwegstelsels en kunnen zelfs helderder zijn dan het gehele stelsel!

 

Men heeft het mechanisme nog niet begrepen, maar men vermoed dat het te maken heeft men een super zwaar zwart gat in het centrum van het melkwegstelsel. Zo'n zwart gat kan gehele sterren in zijn buurt"opslokken". Deze processen kunnen de oorzaak zijn van de zeer krachtige straling die de quasar vertegenwoordigt. Hubble heeft ook een aantal "homes" gevonden van quasars. Toch is het laatste woord over de oorsprong van een quasar niet gesproken.Een vreemde quasar is de PKS2349. Bezoek de sites The brightest quasar en The double quasar.

Met de nieuwe VLA ( very large array-telescoop) heeft men ook fraaie quasars gevonden. Zie hieronder

 

 V1. Probeer een tekening te maken van het lenseffect van de dubbel quasar QSO0957+561.Maak gebruik van het verschijnsel dat licht en radiostraling afbuigt door de zwaartekracht van een groot object, bijvoorbeeld een melkwegstelsel.

 De radiostraling wordt veroorzaakt doordat electronen in de materie nabij het centrum van de QSO zo sterk wordt versneld in het magnetisch veld dat hij zgn synchrotron straling gaat uitzenden.

De verst verwijderde QSO is kort geleden waargenomen (juni 2001 met de SlOAN DIGITAL SKY SURVEY Sloan) De roodverschuiving bleek 6.2 te zijn. Omdat de QSO een hoge snelheid heeft, van ons af gericht, wordt het licht verschoven naar het rood (Doppler effect). In lesblok 6 zullen we leren hoe we hieruit de afstand kunnen berekenen

IV-2. Pulsars.

Een pulsar is een veel kleiner object dan de quasar.Het is een snel rond draaiende neutronen ster. Een neutronen ster kan het overblijfsel zijn van een novae of supernovae. Omdat zo'n overblijfsel niet meer straalt (de kernbrandstof is "op"), zal hij onder invloed van de zwaartekracht inelkaar schrompelen. De dichtheid van een neutronen ster is absurd groot. De massa van een typische neutronen ster is 1,4x de massa van de zon, terwijl zijn straal ongeveer 30 km bedraagt.

V2. Bereken de dichtheid van zo'n neutronen ster.

Deze "ontaarde" massa ontstaat doordat door de extreem hoge druk de electronen schillen om de kern tegen de kern komen te zitten. De lege ruimte tussen de electronenbanen en de kern verdwijnt dus.

 

V3. Bereken ook met dit gegeven de dichtheid van zo'n neutronen ster.

De pulsar heeft een enorm magnetisch veld heeft(1.000.000.000.000 x die van de aarde!!), waarvan de richting niet samenvalt met die van de rotatie as. Electronen die versnellen in dit magnetisch veld naar buiten , roteren ook mee met de draaiende beweging van het magneetveld om de rotatie as(spinnende magneet). Op een gegeven moment komt de snelheid dicht bij de lichtsnelheid. De electronen zenden dan rontgen straling uit (en soms gamma straling). Deze straling "zwiept" als een vuurtorenlicht door de ruimte.

Wanneer de waarnemer op aarde juist in deze bundel valt, zien we een flits, die periodiek is met een periode gelijk aan de omwentelingstijd van de pulsar. Deze periode is zeer constant, zo constant, dat men de universele tijdseenheid hierop baseert.

V4. Teken schematisch het model van een pulsar met zijn magnetisch veld en rotatie as.

  Men schat dat er zo'n 300.000 pulsars in ons melkwegstelsel zijn. Slechts 60 zijn er nu bekend. (zie CSIRO)

V5. Leg uit dat we slechts een klein deel van de 300.000 kunnen zien.

De bekendste pulsar zit in het centrum van de krab nevel. De periode kan varieren van enkele seconden tot een paar milliseconden! Het blijkt daty de periode afneemt met de leeftijd. De krab nevel is 900 jaar oud en spint veel sneller dan de Vela pulsar, die ongeveer 11.000 jaar oud is. Bij een periode van 4 seconde verdwijnt de pulsar. Dit is een on-opgelost probleem. Er bestaan ook pulsars die deel uit maken van een dubbel systeem: de X-ray binary. De neutronen ster draait dan om de begeleider, meestal een gewone ster. Bovendien kon men met pulsars de theorie van Einstein controleren en bevestigen! De pulsar zendt namelijk ook gravitatiegolven uit ( zie later)

De rontgen straling ontstaat dan door het inzuigen van gas door de polen van de pulsar. Op de site van de universiteit van San Diego vind je meer informatie over pulsars. Op de volgende site vind je een animatie filmpje van de krabnevel: Crab

V6. Wie kregen de Nobel prijs voor de ontdekking van de pulsar?

V7. Noem de drie mogelijke eindpunten van de ster evolutie.

 Op de sites van de NASA: X-ray binaries en High energy sources vind je nog aanvullende informatie

Op de site van Andy Norton vind je een groot aantal binary systems.

V8. Maak een grafiek van de helderheid tegen de periode . Conclusie?

 

IV-3. Gamma flitsers

 In 1960 werden voor het eerst deze merkwaardige flitsen van gamma straling waargenomen. Een tijdje dacht men dat dit een nieuw russisch wapen was dat getest werd in de ruimte!! Na verloop van tijd kwam men er achter dat deze energierijke gebeurtenissen niet in ons eigen melkwegstelsel plaats vinden .  Gamma straling is hoog energetische straling uit het electro-magnetisch spectrum. waartoe ook zichtbaar licht hoort:

Na enkele jaren kwam men tot de conclusie dat:

1. Er ongeveer elke seconde een GRB plaats vindt in ons heeleal

2. In 10 seconden wordt er net zoveel energie uitgestraald als de zon in 10 miljoen jaar!

3. De GRB's vinden plaats aan de rand van ons heelal.

4. Soms kan met de visuele bron waarnemen.

De telescoop BATSE kon voor het eerst de visuele bron detecteren.Zie hieronder enkele voorbeelden van zo'n nagloed.

Op de site van BATSE  vind je een kaart met de 2109 flitsen die men heeft waargenomen(..BATSE)

V9. Leg uit aan de hand van de kaart dat de flitsen niet uit ons melkwegstelsel kunnen komen.

 

          

Kort geleden heeft de italiaans-nederlandse sateliet BeppoSAX een nagloed waargenomen van de gammaflits GRB971214. De flits duurt gemiddeld enkele seconden(!!) terwijl de nagloed enkele tientallen uren kan duren. Het blijkt dat de flitsen hun oorsprong hebben in ver verwijderde melkwegstelsels. Men heeft een schatting gemaakt van de energie die vrijkomt in enkele seconden: meer energie dan honderden supernovae uitbarstingen tesamen, meer energie die een heel melkwegstelsel in honderden jaren zou uitstralen!. Omdat de bron ook nog zeer ver weg staat (12 miljard lichtjaren) en de explosie dus vroeg in de ontwikkeling van het heelal gebeurde, is de explosie te vergelijken met een mini big bang.Bovendien vermoedt men dat er ook gravitatiestraling en neutrino's worden uitgezonden, dus is de schatting aan de lage kant! Men vermoed nu echter dat de straling, net als een pulsar, een "vuurtoren" effect is, en ontstaat bij de vorming van een zwartgat of de botsing van twee neutronen sterren. Wanneer er een gamma flits in ons eigen melkwegstelsel zou plaats vinden, zal al het leven in enkele seconden in het melkwegstelsel worden vernietigd! Er zijn astronomen die beweren dat dit de verklaring is voor het feit dat we geen buitenaardse beschavingen zullen vinden: tegen de tijd dat ze zo ver zijn om interstellair te gaan reizen, zal er een gammaflits geweest zijn.

 

V10. Maak een schatting van de hoeveelheid energie van een GRB.

V11. Probeer een tabel te maken van de flitstijd van een aantal GRB's.

 

Kort geleden maakte de CHANDRA telescoop in combinatie met de HUBBLE telescoop opnamen van de GRB050709. Links zie je de Chandra opname en rechts de Hubble.

De oorsprong lag in een ver verwijderd melkwegstelsel.


  

 

 

IV-4.  Kosmische straling 

 

 

1. Wat is kosmische straling

Al in 1912 ontdekte Victor Hess dat er snel bewegende deeltjes uit de ruimte de aarde treffen. In een ballon vond hij dat de intensiteit van de straling toenam met de hoogte. Dus was zijn conclusie dat deze staling uit de ruimte kwam. In de jaren daarna ontdekte men dat deze snelle geladen deeltjes in onze atmosfeer botsen met deeljes uit de dampkring en produceren zo een "lawine" van andere deletjes. Men noemt dit een "shower" De deeljes die deze showers veroorzaken kunnen protonen of kernen van atomen zijn. Hoe hoger de energie van het deeltje, des te krachtiger en groter is de shower. Deze showers kan men op aarde meten. De energie van de kosmische straling varieert van 109 tot 1020eV  ( de eV, electronvolt ,is een eenheid van energie, nl. 1,6.10-19 J).

 

 

2. De oorsprong van kosmische straling

De vraag is nu waar deze deeeljes vandaan komen, in het bijzonder de deeltjes met de hoge energie . Een supernova uitbarsting in ons melkwegstelsel kan een kandidaat zijn. Maar de zeer energierijke deeltjes (deze zijn interessant voor de wetenschappers) komen waarschijnlijk van buiten ons melkwegstelsel tot op een afstand van 150 miljoen lichtjaar. Deze bovengrens ontstaat omdat deeljes met een zeer hoge energie op hun weg naar de aarde doorlopend energie verliezen aan de omgeving ( aan de wisselwerking met de kosmische achtergrond straling). Men noemt dit de GZK cutoff. Hieronder zie je de verdeling van de hoeveelheid deeljes die de aarde treft tegen de energie. Opvallend is de zogenaamde "knie", een knik in de lijn.

Welke objecten buiten ons melkwegstelsel kunnen voor zo'n krachtige versnelling van deze deeltjes zorgen? (Zelfs een hieper-nova uitbasting komt niet in aanmerking). Het is dan van belang dat je door metingen te weten komt uit welke richting de deeltjes komen (of niet uit een bepaalde richting) Misschien vindt men zo de oorsprong van deze deeltjes.

3. Mogelijke kandidaten voor de hoge energie deeltjes.

 

Eens per eeuw per km2 wordt de aarde getroffen door een enorme "shower" veroorzaakt door een proton met een energie van ongeveer 1020 eV.In onderstaande figuur zie je de tot nu toe gevonden waarnemingen:

 A. Elliptische melkwegstelsels met "pensioen" ?

Op dit moment vermoedt men dat de hoog-energetische deeltjes uit "oude" elliptische (quasar)melkwegstelsels komen, waar in het centrum een super-zwaar roterend zwart gat zich bevindt. Hieronder zie je twee opnamen van zo'n stelsel.

NGC4589

 Kort geleden (22 april 2002) heeft men 4 elliptische stelsels weten te lokaliseren in de Grote Beer die allen een superzwaar zwart gat in het centrum hebben (massa meer dan 100 miljoen zonmassa's) en mogelijk in staat zijn de hoog energetische deeltjes te produceren die wij waarnemen op aarde! Het zijn quasar-stelsels die miljarden jaren na hun ontstaan in de "eindfase" van hun leven komen . Het steeds compacter wordende zwartegat treedt op als een "kosmische dynamo" die geladen deeltjes met ontzagwekkende energie de ruimte in slingeren. Toch is het nog lang niet zeker dat deze deeltjes uit deze stelsels komen. Er zal veel meer onderzoek gedaan moeten worden.

 

 B. Sterke Extragalactische magnetische velden?

Het zou ook kunnen dat de hoog energetische protonen toch uit een dichterbij gelegen object komen, nl het 100 miljoen lj verwijderde stelsel M87, die een actieve kern heeft. De deeljes hebben dan ook een minder grote afstand afgelegd, hebben dus minder energie verloren en hoeft de "kosmische dynamo" niet zo sterk te zijn geweest. Wanneer men nu aanneemt dat het magneetveld tussen de sterrenstelsels toch groter is men verwachtte, dan kan het ook gebeuren dat de protonen worden afgebogen door dit veld en het dus lijkt alsof ze uit verschillende richtingen komen. Hieronder zie je een opname van de M87, waarbij duidelijk een "jet" te zien is. Zo'n "jet" wordt getriggerd door een zwart gat

 

 

Hieronder zie je nog een ander voorbeeld van zo'n jet:

De Hubble telescoop heeft een detail-opname gemaakt van de kern waar zo'n jet ontstaat, de NGC4261:

De foto rechts heeft een afmeting van "slechts" 400 lj.! In het centrum van de "donut" ligt het zwarte gat en is mogelijk een bron van de hoog-energetische protonen.

 

C. Overblijfselen van topologische defecten?

Kosmische strings zijn zijn overblijfselen uit het vroege begin van het heelal (zie lesblok 5 van COSCOM). Het worden ook wel topologische defecten genoemd. Dit is met een voorbeeld uit onze wereld te vergelijken: wanneer in de winter op een koude dag het oppervlak van een vijver begint te bevriezen, dan zal op verschillende plekken zich ijs beginnen te vormen (fase overgang). Deze groeiende platen hebben vaak een mooie kristal struktuur. Wanneer deze groeiende platen ijs bijelkaar komen , ontstaan er naden die zig-zag over het oppervlak van de vijver zullen lopen. Deze naden zijn topologische verstoringen van de mooie kristalstructuur: de verschillen kristalstrukturen passen natuurlijk niet. Net zoals bij water de afkoeling deze ijs structuur veroorzaakt, zo zal bij het afkoelen van het heelal (door de uitzetting) in het vroege begin er ook topologische defecten optreden. Oer-materiaal onderging op verschillende plekken ook fase overgangen. Wanneer deze verschillende gebieden bij elkaar kwanen, ontstonden de topologische defecten.

 Dit oer-materiaal bestond in feite uit verschillende energie-velden , want de deeltjes waren nog niet gevormd zo vroeg in de ontwikkeling van het heelal. Een van deze energie velden was het Higgs-veld, een merkwaardig veld, dat ook nu nog in het vacuum "verborgen" zit. Met de nieuwe versneller in Geneve (CERN) hoopt men dit "deeltje" te zien. in het vacuum.Kosmologen denken nu dat topologische defecten van dit Higgs-veld , gevormd vroeg in het begin, nu nog verantwoordelijk kunnen zijn van b.v de hoog-energetische kosmische straling die we waarnemen op aarde. Men noemt deze defecten dus KOSMISCHE STRINGS. Hoe zien deze er uit? Zie hoofdstuk 5 over gravitatie.

 

D. Signaal vanuit hogere dimensies of mini-zwarte gaten?

Men probeert de knik ( zie de figuur hierboven) in de energie verdelingskromme te verklaren met de theorie van de extra dimensies. Zie ook hoofdstuk  extra dimensies. Zelfs het verval van een mini-zwartgat wordt genoemd als oorzaak.

 

 E. Neutrino wisselwerking?

Er bestaan ook neutrino’s ( zie overzicht elementaire deeltjes). Deze neutrino’s hebben geen massa of een zeer kleine massa. Ze wisselwerken nauwelijks met gewone materie. Zou het neutrino wel een kleine massa bezitten, dan zou dit bijdragen aan de missende materie. Omdat het neutrino met (bijna)de lichtsnelheid reist, zou een kleine massa betekenen dat er zeer veel energie zit in dit deeltje. Bij wisselwerking in de buitenste lagen van onze dampkring, zou dit de bron kunnen zijn van de kosmische straling. Er bestaan detectoren die deze wisselwerking proberen vast te leggen. Hieronder zie je een afbeelding van een neutrino detector (ice-cube)op de noordpool in het ijs. Let op de afmeting! Men hoopt met deze detector ook de gedaantewisseling van een neutrino te zien ( zie overzicht elementaire deeltjes hst 5)

F. Science fiction?

  Misschien zou men in de toekomst uit deze deeljes informatie kunnen halen die wijzen op een buitenaardse beschaving! Men vermoedt reeds lang dat om super-zware gaten hoog ontwikkelde beschavingen kunnen zitten. Elementaire deeltjes die vanuit deze plek worden uitgezonden, blijven quantum-mechanisch verbonden met deeljes die op die plek blijven. Op deze manier zou men informatie kunnen uitwisselen tussen de twee gebieden die sneller gaat dat het licht. Dit is een verschijnsel dat kort geleden in laboratoria is aangetoond. Het is een verschijnsel dat niet past in onze theorieen van de elementaire deeltjes( de quantum mechanica). Misschien zijn deze protonen wel onderdeel van een zgn. EPR-device van de hoog ontwikkelde beschaving. Op de site EPR-device vindt je wat meer informatie over dit onderwerp.

 4. Detectie met scintillatie-tellers

[parallel project in Nijmegen: NAHSA ]

 

 Men kan op verschillende manieren de straling meten. Hieronder zie je de verschillende methoden.

 

 We gaan hier alleen de scintillatie-teller behandelen .

Voor detectie van de hoog energetische straling is het noodzakelijk om op een oppervlakte van 100 km2 of  meer.

 

V12.Waarom lopen piloten een groot risico om getroffen te worden door deze hoog-energetische deeltjes? Probeer op te zoeken wat de gevolgen zijn

V13. Welke deeltjes worden als laatste gevormd tijdens een shower? Wat zijn dat voor deeltjes?

 

*********************************************************************************************************************************************************

*********************************************************************************************************************************************************

Lesblok V Einstein's gravitatie theorie: zwarte gaten, kosmische strings en wormgaten

*********************************************************************************************************************************************************

V-1 Wat is zwaartekracht?

De zwaartekracht op een voorwerp van m kg wordt op aarde uitgerekend met Fz=m.g  met g ongeveer 10 m/s2 . Maar wat gebeurt er wanneer we verder van de aarde komen? Het was Isaak Newton die als eerste dit probleem oploste. Het verhaal is dat hij zittend onder een boom door een vallende appel zijn idee kreeg.

 

                 

 Hij ontdekte dat de  zwaartekracht wordt beschreven door ( wet die Newton) : Fg= G m1m2 /R2 met G de gravitatie constante m1 en m2 de twee massa's waar tussen de kracht werkt en R hun onderlinge afstand

  

V1. Plot de kracht tussen de aarde en de maan als functie van r (met je grafische rekenmachine). Gebruik je BINAS om de verschillende waarden op te zoeken.

We hebben ook geleerd dat de tweede wet van Newton luidt: F=m.a Dat wil zeggen, dat er een kracht nodig is(m.a) om een voorwerp met massa m een versnelling van a m/s2 te geven . Einstein toonde aan dat deze twee krachten gelijk zijn. Dit wordt het beroemde equivalentie principe genoemd( "zware massa =trage massa"). Men kan hiermee bijvoorbeeld de versnelling van de zwaartekracht aan het oppervlak van de aarde berekenen.

 

V2. Controleer dat g=9,81 m/s2aan het oppervlak van de aarde (stel de twee formules aan elkaar gelijk).

Men kan dus ook geen onderscheid maken tussen deze twee krachten: stel je zit in een kamer en je kan niet naar buiten kijken. Je meet in je kamer de kracht op je lichaam door op een weegschaal te gaan staan. Je vindt b.v 600N. Stel je massa is 60 kg. Dan moet g 10 m/s2geweest zijn wanneer je denkt op een planeet te staan. Denk je dat je in een raket zit, dat moet de versnelling van de raket 10 m/s2 geweest zijn

 

De zwaartekracht in het universum de belangrijkste rol. Zo draaien wij om de zon doordat de zwaartekracht tussen de zon en aarde werkt. Lanceren we een raket naar de maan, dan wordt de zwaartekracht ten gevolge van de aarde minder en die van de maan steeds groter.

V3. Bereken het punt tussen de aarde en de maan waar de zwaartekracht precies nul is.

*********************************************************************************************************************************************************

V-2 De wetten van Keppler.

De beweging van de planeten om de zon wordt ook bepaald door de gravitatiewet van Newton.We weten echter, dat de wet actie=-reactie geldt, dus als de zon aan de aarde trekt, zal de zon dezelfde kracht ondervinden tgv de aarde. We moeten daarom de bewegingen om het gemeenschappelijk zwaartepunt beschouwen. Keppler was de eerste die deze beweging wiskundig beschreef. Er bestaan 3 wetten van Keppler.

 

1-ste wet:  De baan van een planeet om de zon is een ellips, met de zon in een  brandpunt van de ellips

2-de wet:  De straal Zon-Planeet legt in gelijke tijdsintervallen gelijke oppervlakken af

3-de wet:   Men kan bewijzen dat het quotient van omloopstijd in het kwadraat en de straal van de baan ( ongeveer een cirkel) tot de derde macht constant is:

Ta2 / Tb2 = Ra3 / Rb3

Hieronder zie je voor de planeten een grafiek.

 

V4. Wat is hier uitgezet? Conclusie?

 

***********************************************************************************************************************************************************

V-3 Einstein:  Zwaartekracht = kromming van de ruimte

 

Een gedachte experiment van Einstein:

Einstein bedacht het volgende : Iemand zit in een raket zonder ramen . Er is een klein gaatje waardoor men van buiten een laser straal laat vallen.

                                  

 Wanneer de raket  een grote  versnelling  heeft naar boven, dan zal de lichtstraal iets onder aan de wand aan de overzijde terecht   komen, immers het licht heeft een kleine tijd nodig om de breedte van de raket te kunnen overbruggen.  Maar volgens het equivalentie principe kan met de raket ook op een planeet zetten met dezelfde versnelling van de zwaartekracht! Deze twee situaties zijn identiek: dus het licht moet een  kromme baan beschrijven!! Conclusie: de zwaartekracht buigt licht af!

 Licht (dat bestaat uit fotonen) is dus gevoelig zijn voor de zwaartekracht. Het gedachte experiment van Einstein werd bewezen tijdens een zonsverduistering in1949: Tijdens de totale eclips zag men een sterretje voor de zonneschijf staan!! Het licht van deze ster kwam uiteraard van ver achter de zon . Conclusie: licht buigt af door het zwaartekrachtveld van een ster! Hieronder zie je de situatie:

 

 

 De afbuiging van het licht kan "verklaard" worden door de kromming van de ruimte om de zon. Het licht beweegt langs een gekromd oppervlak. Deze manier van benaderen van de zwaartekracht vormt de basis van de beroemde Algemene Relativiteitstheorie van Einstein (1915).

 

    

Een ander bewijs van het feit dan licht afbuigt door de zwaartekracht, is de zgn. gravitatielens. Er zijn fantastische opnamen van sterrenstelsels die als lens werken voor het licht van sterrenstelsels die nog veel verder weg staan. Het bekendste voorbeeld is het Einstein-kruis .Men kan een soort 'lensformule' opstellen . Dit is wel een bijzondere lensformule, want hij hangt af van de massa van de 'lens'(=sterrenstelsel) Hieronder zie je een animatie van de vervorming van het beeld van  een object ver achter een melkwegstelsel. Rechts zie je een echte opname van zo'n vervorming!

                        

Hieronder zie je een aardige artist impression hoe een zwart gat het beeld van  een gebouw zou vervormen"

 

Het beschrijven van de zwaartekracht als een"vervorming" van de ruimte was een volkomen unieke nieuwe manier van Einstein om een fundamentele natuurkracht te beschrijven. Er zijn nog 3 fundamentele natuurkrachten: de electro-magnetische kracht en de sterke en zwakke kernkrachten. Deze krachten laten zich echter op een geheel andere manier beschrijven. Zo uit de electro-magnetische kracht zich door het foton, de drager van deze kracht, en door golf-effecten: twee electro-magnetische golven kunnen elkaar versterken en uitdoven. Bovendien is de zwaartekracht veel zwakker dan de andere krachten.

V5. Bereken met de gravitatiewet van Newton de kracht tussen twee electronen op 1 meter afstand. Vergelijk deze kracht met de Coulombkracht tussen de twee electronen (zie BINAS voor de coulombkracht).Conclusie?

 

Toch is de gravitatie theorie van Einstein zeer goed getest:

1. De voorspelling van de afbuiging van licht ( zie boven). Berekeningen uitgevoerd met de gravitatie theorie leveren een uitkomst die op 10 cijfers achter de komma overeenkomt met de waarnemingen!!

2. Het Doppler effect door de zwaartekracht: licht dat wordt uitgezonden door een ster zal wat "geremd" worden. Dit levert een frequentie verschuiving op.

3. Precessie beweging van Mercurius: de gravitatie theorie van Einstein voorspelt een kleine afwijking in de baan van Mercurius. Dit werd bevestigd door waarnemingen.

4. Gravitationele tijd-rek. Het blijkt dat de tijd langzamer loopt in een sterk zwaartekracht veld. Dit effect (tijd-rek) was reeds bekend uit de speciale relativiteits theorie van Einstein. Deze theorie stelde Einstein in 1905 op en is gebaseerd op de eindigheid van de lichtsnelheid (nl: 300000 km/s). Deze snelheid is onder alle omstandigheden (in hetzelfde medium)constant. Een gevolg is dat de tijd voor een reiziger met een snelheid v langzamer verloopt dan een persoon die stil blijft staan t.o.v de reiziger. Dit wordt ook wel de tweeling-paradox genoemd(wat het niet is!!). De tijd-rek wordt gegeven door:

treiziger = t0 / (1- v2 / c2)0.5 

 Stel dat de tweeling Jan en Janneke op hun 21-ste verjaardag uit elkaar gaan. Jan stapt in een raket dat met 99,5% van de lichtsnelheid vertrekt voor een reis naar een ster 32 lichtjaren verweg. Als Jan terug komt, zal de reis volgens Janneke ongeveer 64 jaar geduurd hebben en is zij dus 85 jaar. Jan zal echter pas 27 jaar zijn!

V6. Toon dit aan met de tijd-rek formule.

Het begrip tweeling-paradox is ontstaan daardat men in eerste instantie kan beweren, dat het tijd-rek effect verwisselbaar is: Wanneer Jan met een snelheid weg reist van Janneke, dan kan Janneke ook beweren dat zij weg reist met een snelheid en Jan stilstaat (vergelijk dit effect van twee treinen op een perron: wanneer je een trein naast jouw trein ziet vertrekken, ben je even in verwarring; wie beweegt er nu, mijn trein of de andere). Wanneer ze elkaar weer ontmoeten en Jan is 27 jaar, dan moet janneke dus 64 jaar jonger geworden zijn! Dat is onmogelijk. De oplossing van deze paradox zit in het feit dat het proces NIET verwisselbaar is. Immers Jan moet omkeren om Janneke weer te kunnen ontmoeten . Bovendien moet de raket lang versnellen om op snelheid te komen. Ook tijdens het omkeren zijn er krachten nodig en is het coordinaten systeem van Jan dus anders dan dat van Janneke!! Relativistische tijd-rek is herhaaldelijk gemeten in experimenten in deeltjesversnellers (CERN) en door atoomklokken in supersonische vliegtuigen! Hieronder zie je de tijdsverschillen die ontstaan bij verschillende snelheden. We gaan er van uit dat de raket met 2 keer de versnelling van de zwaartekracht versnelt ( veel hoger is niet prettig). De raket moet ook weer afremmen met dezelfde 2g, omkeren en weer versnellen en afremmen. Men kan eenvoudig bewijzen dat het tijdsverschil kan worden berekend met:     

                       T=(c/a).sinh(a.T'/c)

met c de lichtsnelheid en a de versnelling van de raket ( dus b.v. 2g)

 tijd verstreken voor raketreiziger [jaar] tijd verstreken voor thuisblijver [jaar] maximale afstand [lichtjaar] maximale snelheid [in c]
                              1                               1,04                               0,13            0,475
                              2                               2,4                               0,56             0,775
                              5                              12,7                               5,47             0,9886
                              7                               35,9                               17             0,9985
                              10                               169,3                               83,7             0,99993
                              20                             29612                            14805  
                              30                           5180000                         2589279  
                              40                         906000000                      453000000  

Je ziet wat het enorme tijdsverschil wordt bij hoge snelheid. De vraag is hoe dit "aging" effect wordt opgevat voor de thuis blijvers bij terugkeer van de raket reiziger. Waarschijnlijk zullen de mensen dan hun concept van tijd en het begrip "lang leven" reeds lang herzien hebben, zodat het aging-proces niets bijzonders meer is. Misschien wordt dan als orde parameter voor de "leefstatus" van een persoon gebruikt het aantal oplossing die de persoon kan bedenken van de Dirac vergelijking of van de vergelijkingen van Einstein. Het kan ook zijn dat op aarde inmiddels het verouderingsproces niet meer bestaat en is de terugkerende raketreiziger de laatste die gewoon dood gaat!

 

Een vergelijkbaar effect treedt op bij de gravitatie tijd-rek. Een persoon in een sterk zwaartekrachtveld zal een vertraging van zijn klok ondervinden. Niet alleen zijn klok zal trager lopen, ook zijn hartfrequentie, leeftijd, enz. zal vertragen.De enige die dit echter opmerkt, is de waarnemer buiten het zwaartekrachtveld. Voor de reiziger verloopt alles "normaal"Deze tijd-rek heeft te maken met de "vervorming" van het coordinaten-systeem van de reizigern (veroorzaakt door het sterke zwaartekrachtveld). Dit wordt "frame-dragging" genoemd. Ook dit effect is aangetoond in experimenten. De Viking Marslander vond een verschil in reistijd van een radiosignaal tgv. het zwaartekrachtveld van de zon. Een ander bewijs werd geleverd door het zgn. Sagnac-efect. Wanneer men een reis maakt om een ster die roteert, dan vindt men een tijdsverschil tussen de tijd die men meet wanneer men met de draaiing van de ster mee beweegt en de tijd die men meet wanneer men tegen de draairichting van de ster in beweegt. Men wil dit effect ook gaan meten voor onze aarde (die draait immers ook!).

5. Gravitatie straling. De zwaartekracht is een geheel andere kracht dan de electro-magnetische kracht en de kernkracht. Dit verschil wordt duidelijk door het golfeffect van bijvoorbeeld de electro-magnetische kracht. Nu toonde Einstein al aan in 1930, dat wanneer je de vergelijkingen van zijn zwaartekrachtstheorie vereenvoudigde, er een golfvergelijkig ontstond!. Einstein beschouwde dit als pure wiskundige "spielerei". Hoe kan een zwaartekracht golf er nu uitzien?!. Pas later nam men dit idee serieus en stelde men een golf-theorie voor de zwaartekracht op in de buurt van zeer compacte objecten, zoals een dubbelster systeem (pulsar) , waar een component bestaat uit een neutronen ster of zwartgat( zie hoofdstuk bijzondere objecten). Door uitzending van gravitatie straling zal het dubbelster systeem energie verliezen, en moet dit merkbaar zijn in de pulsartijd. Dit werd inderdaad gevonden!! Zie onderstaande figuren.De blauwe lijn is de kromme die de algemene relativiteits theorie voorspelt. De waarnemingen in de loop van de tijd liggen exact op deze lijn!

 

 

Dus indirekt zijn gravitatiegolven aangetoond. Direkte waarneming van gravitatiegolven hoopt men binnekort te doen. Er zijn enkele detectoren reeds operationeel. De bekendste zijn LIGO en LISA.

Een gravitatiegolf vervormd de ruimte wanneer hij passeert. Gelukkig niet zo sterk als het plaatje hierboven doet vermoeden. Hieronder zie je hoe de drie satelieten van het LISA project een gravitatiegolf misschien zullen decteren. De drie satelieten in een baan om de zon zijn heel precies uitgelijnd met lasers. Een kleine verstoring t.g.v een gravitatiegolf zou meetbaar moeten zijn!

                     

 

 

 V7. Bestudeer de methode van het LISA project.

V8. Het grote probleem bij een gravitatiegolf detector is de ruis van andere oorsprong. Probeer er achter te komen hoe ver men is gevorderd om de ruis te onderdrukken zodat de detector in staat is om gravitatiegolven te detecteren.

 

Toch blijft dit idee van gravitatiegolf vreemd. Het is een verstoring van de ruimte die zich voortplant met de snelheid van het licht. Maar omdat een golfeffect ook vertaald kan worden in een "deeltje" (denk aan het foton van de electro-magnetische kracht), zou er dus ook een "graviton". moeten bestaan.Dit deeltje beweegt zich dan voort op een ruimte (metriek wordt dit genoemd) die weer verstoord kan worden door de zwaartekracht van b.v. een compact object. Er is dus een soort "terugkoppeling". Dit in tegenstelling tot het foton: dit deeltje beweegt zich in vacuum . Men zegt wel dat er een groot conflict bestaat tussen de gravitatie theorie en de ander goed geteste theorie van electro-magnetisme en kernkrachen, de quantum mechanica.

 Conclusie:

De gravitatie theorie van Einstein is zeer goed getest. Er blijven echter fundamentele problemen bestaan wanneer men het zwaartekrachtveld als golf gaat beschouwen in de buurt van compacte objecten. Kort gezegd: er bestaat nog geen quantum-gravitatie theorie

 

Een ander groot voordeel van het kunnen waarnemen van gravitatiestraling is dat men informatie kan krijgen uit een veel vroeger stadium van het heelal. Vlak na de bigbang ontstond er veel oer-gravitatiestraling. Pas later in de ontwikkeling ontstond er licht, dat bij kunnen waarnemen met sterke telescopen! Hieronder zie je een tijdschaal van de BigBang

 

Een nieuwe methode om gravitatiestraling te meten, zie je hieronder: De  lichtpuls van een pulsar zou er iets langer over doen om de aarde te bereiken wanneer een gravitatiegolf  net tussen de aarde en de pulsar zich voortbeweegt. Omdat men de reistijd van de puls zeer nauwkeurig kan meten, zou deze methode goed gebruikt kunnen worden om gravitatiestraling aan te tonen.

 

 

V9. In het plaatje van de Big Bang zie je de tijd staan. Tot hoe ver in de tijd kunnen we terug zien ( met gewoon licht)?

 *********************************************************************************************************************************************************

V-4 Zwarte gaten

 Het eindstadium van een novae of supernovae kan een bruine dwerg, neutronen ster of een zwartgat zijn. Men vermoed dat in het centrum van de meeste melkwegstelsels een zwart gat zit. Een zwartgat ontstaat wanneer een object onder zijn eigen zwaartekracht zich blijft verkleinen (de tegenwerkende druk van binnenuit is blijkbaar te klein). Zo'n situatie is volgens de klassieke wet van Newton onverklaarbaar: immers de gravitatiewet zegt dat de kracht omgekeerd evenredig met r2 is : Fg =G m1 m2/r2 . Dus hoe kleiner de ster wordt, des te groter wordt de zwaartekracht aan het oppervlak en dat veroorzaakt weer een versterking van het samendrukken. Uiteindelijk zou er een puntmassa moeten overblijven met een oneindig grote zwaartekracht. Dat is een niet hanteerbare situatie. Men zegt dan ook dat er een singulariteit ontstaat. Wanneer het object een zo grote zwaartekracht heeft gekregen dat zelfs licht niet meer kan ontsnappen, (denk aan de afbuiging van licht t.g.v de zwaartekracht) dan spreekt men van een zwartgat.De afmeting van het object met massa M is dan:

Rgrav = 2GM / c2 

 We noemen dit de Schwarzschild straal, genoemd naar Karl Scharzschild (1916). Mathematisch beschouwd moet het object een oneindig kleine afmeting krijgen en dus een oneindig grote massa dichtheid. Kom je binnen de Rgrav dan ben je verloren: je verdwijn in de singulariteit. We noemen deze straal ook wel de horizon van een zwartgat.

V10. Bereken de Schwarzschild straal van de aarde.

Ook ons melkwegstelsel bevat in het centrum ook een zwart gat.Hubble heeft de positie vrij nauwkeurig bepaald door de bestudering van de snelle beweging van sterren om het onzichtbare zwartegat!

            

Hieronder zie je een tekening van het naar het zwarte gat vallende massa. Door de enorme versnelling die het gas krijgt, wordt er gamma en rontgen straling opgewekt.

 

De HST (Hubble space telescoop) en de VLBI (very large baseline interferometer) hebben opnamen gemaakt van de omgeving van super zware zwartegaten. Men vermoed dat elk melkwegstelsel in de kern een super zwaar zwart gat bevat. Ook ons eigen melkwegstelsel heeft een zwartgat in haar centrum. Hieronder zie je een animatie van een reis richting een zwart gat.

 

Het gat "zuigt" sterren in de buurt naar binnen. Dit gebeurt in een schijf om het zwarte gat ( accretion disc). Loodrecht op dit vlak wordt intense gamma en rontgen  straling uitgezonden.

 

Hypothetical Journey Through a Black Hole

What would happen if you were to fall into a black hole? As the you approach the black hole, your watch would begin to run slower than the watch of your colleagues on the spaceship. Also, your comrades notice that you begin to take on a reddish color. This is due to the warping of space in the vicinity of the hole. Then, just before you "enter" the hole (pass through the outer event horizon), your friends would see you apparently "frozen" there, just outside the event horizon and to them, your watch would have stopped (if they could observe it). They would never see you enter the hole, because at that distance from the singularity, an object must travel at the speed of light to maintain its distance. Thus your dim, red image would stay frozen in their eyes for as long as the hole exists.

However, from your vantage point, as you enter the black hole, nothing has changed. As you look "out" of the hole, the universe still looks relatively normal. However, you are drawn towards the singularity, and cannot escape its grasp. At this point, modern physics does not know what would happen. The most likely outcome is that you are compacted into a miniscule size upon the singularity.

However, you would not actually survive the fall into the hole. The immense warping of space around the hole would cause a spaghettification effect - you would be pulled apart because your feet (assuming they went feet first) would be far greater than the force on your head, and they you would be pulled as one pulls dough into a rope. This would be rather unpleasant, as well as fatal.

 

 

 

Hoewel we niets weten (en ook nooit te weten zullen komen, omdat elke communicatie met iemand binnen de horizon onmogelijk is) van de processen binnen de horizon, gedraagt een zwartgat zich toch als een "gewoon" compact object. Hij wordt gekenmerkt door zijn massa, rotatie (Kerr-zwartgat) en lading (Reisnner-Nordstrom-zwartgat). Men zegt wel beeldend dat een zwartgat geen haar heeft: niks blijft verborgen .

De laatste jaren denkt men dat er toch harige zwartegaten moeten bestaan: zij bezitten dan magnetische lading of niet. Er blijft dus wat "verborgen" (vandaar :harig).

Ook is er een nieuwe theorie die zegt dat een zwart gat een complementaire voorstelling bezit. Zie in menu:"zwarte gaten en het holografisch principe"

 

 

V11. Bereken hoe klein de aarde moet worden opdat hij een zwartgat wordt.

Er zijn zwartegaten ontdekt in het centrum van melkwegstelsels die 10.000.000 zon-massa's zwaar zijn

V12. Bereken de horizon van zo'n zwartgat.

 Een aardige troost is, wanneer je door de horizon van een zwartgat gaat, dat je tijd oneindig uitrekt (zie het onderwerp tijd-rek hierboven). De wereld die je achter hebt gelaten zal miljoenen jaren ouder zijn geworden in een tijd van enkele seconden gemeten op jouw klok. Er zijn een paar aardige site's waarop je animatie filmpjes vind over zwartegaten: falling into a blackhole.

Men vermoedt dat super-beschavingen rond een super-zware zwarte gaten zitten. Penrose heeft daar een aardig plaatje van getekend:

 

 

Men heeft plannen om een zeer grote Rongen telescoop in de ruimte te bouwen waarmee men de horizon van een zwartgat kan waarnemen  Dit project vind je bij MAXIM.

V13. Hoeveel maal gevoeliger is deze telescoop in vergelijking met de Hubble teescoop?

 

Meer over horizons

Er bestaan  4 soorten zwarte gaten:

De statische Schwarzschild BH

Dit is de eenvoudigste BH oplossing van de vergelijkingen van Einstein. De horizon wordt gedefinieerd door de afstand waar zelfs licht niet meer ontsnapt aan de zwaartekracht. De ontsnappingssnelheid is de lichtsnelheid geworden. We zagen al dat : rs = 2 G M / c2

V14. Bereken de ontsnappingsnelheid van de aarde

De roterend Kerr BH

De geladen Reisnner-Nordstrom BH

De magnetisch geladen Yang-Mills BH

Cern en zwarte gaten

 Men vermoedt dat er ook mini-zwarte gaten bestaan of kunnen worden gevormd bij CERN(2008).

 

Wanneer men bepaalde botsingsproeven gaat uitvoeren bij CERN, vermoedt men dat er ook een mini zwartgat gevormd kan worden.Wanneer het vervolgens weer uiteen valt, zou men ook het even verdwijnen van een graviton ( een exotisch elementair deeltje) in de extra dimensie kunnen waarnemen.

 **********************************************************************************************************************************************************

 V-5. Kosmische strings

 De meeste hemellichamen die wij kunnen zien zijn bolvormig (de zon, planeten,...). Zijn er geen objecten die bijvoorbeeld cilindervormig zijn? De theorie van Einstein laat zulke oplossingen wel toe. Maar omdat we geen sterren of planeten zien in de vorm van een cylinder, zijn deze oplossingen zo op het eerste gezicht niet erg interessant. Toch zouden ze gevormd kunnen zijn in het vroege begin van het heelal . De meeste astronomen zijn er van overtuigd dat ze een belangrijke rol (hebben) gespeeld bij het ontstaan van de structuur van het heelal ( zie lesblok VI) .Strings kunnen ontstaan vlak na de Big Bang door topologische defecten (struktuur "fouten" in de ruimte-tijd). Er is een bijzonder deeltje (veld) voor nodig om dit in werking te zetten. Dit is het Higgs deeltje. Dit Higgs deeltje is in laboratorium experimenten ( in CERN) nog niet aangetoond. De verwachting is dat dit in 2005 gebeurd: de Large Hadron Collider in CERN wordt dan operationeel. Vlak na de Big Bang zouden deze strings voor een "draad"-structuur gezorgd hebben, waar omheen de sterrenstelsels en clusters zich vormden. Computerberekemningen tonen aan dat de zo gevormde structuur overeenkomt met de verdeling van stelsels die we nu vinden in het universum!!

Een eerste bewijs van deze vroege structuur werd kort geleden geleverd door het COBE-experiment. Men vond een niet-homogene structuur in de temperatuur van het heelal om zeer grote afstand (12 miljard lichtjaren). Dat wil dus zeggen dat 12 miljard jaar geleden er al structuur aanwezig was. Deze theorie staat lijnrecht tegenover de "klassieke" theorie die zegt dat de sterrenstelsels "random" door willekeurige fluctuaties ontstonden, vele miljarden jaren na de Big Bang. De vraag is natuurlijk of zulke strings nog bestaan!! Je moet dat zoeken aan de rand van het heelal. Het toeval wil dat er processen bestaan aan de rand van het heelal die ze niet kunnen verklaren: de gamma flitsen (zie IV-C). Zouden strings hier mee te maken hebben? Strings die de expansie van het heelal overleven kunnen zeer lang zijn (miljoenen lichtjaren) en hebben een dichtheid te vergelijken met de dichtheid van een zwartgat. In april 2008 hebben sterrenkundigen misschien een eerste bewijs gevonden van het bestaan van zo'n string. De XMM-Newton rontgen telescoop van ESA heeft missende materie ontdekt tussen twee clusters Abell 222 en Abell 223(2,3 miljard lj). Het gas langs een "string" tussen de twee clusters licht op en is gezien door de telescoop. zie:

 

 

 

 

 

 Verder zou de kosmische straling die we ontvangen uit de ruimte te maken kunnen hebben met strings. Deze straling is extreem hoog:1019 eV. Men kent geen "gewoon"proces die deze hoge energie kan verklaren. Wel de processen nabij cosmische strings.Verder hebben deze strings exotische eigenschappen, zeker als ze ook nog snel draaien het zouden tijdmachines kunnen worden!Er wordt de laatste tijd veel over geschreven in wetenschappelijke tijdschriften (o.a. door jullie docent: zie de site ). In 1991 kwam de natuurkundige Gott (leuke naam!) met een tijdmachine die een hoge beschaving misschien zou kunnen maken: twee strings die met hoge snelheid langs elkaar bewegen kunnen zo'n tijdmachine produceren:

 

 Toch is hier het laatste woord niet over gesproken. Er zijn kritische natuurkundigen die beweren (o.a. Hawking) dat de natuur dit soort exotische oplossingen zal verbieden. We komen hierop terug in het onderdeel wormgaten en tijdmachines(verder op) Je kunt de volgende sites eens bekijken: Interaction of strings en cosmic strings

Hier vind je wat informatie over strings.

V9 Wat zijn de twee belangrijkste bijdragen van de strings tot een betere verklaring van de eigenschappen van ons universum?

V10. Men hoop ook een gravitatie-lens effect te vinden van een string. Hoe ziet zo'n beeld er dan uit?

 

V-6. Wormgaten

 De geometrie rond een zwartgat wordt beschreven door de zgn Schwarzschild metriek. Hij volgt als een exacte oplossing uit de vergelijkingen van Einstein. Nu levert deze oplossing ook een tweede mogelijkheid die wiskundig hetzelfde is [ je kunt dit vergelijken met (4)1/2 =+2 of -2 ! ]. Dit komt omdat de vergelijkingen tijd-symmetrisch zijn. Dat wil zeggen dat de relativiteitstheorie zich niets aantrekt van gevolg en oorzaak . Wij kennen wel een gerichtheid: er is een voor en na bij gebeurtenissen. Deze "negatieve wortel" oplossing vertegenwoordigt een geometrie van een "wit-gat": de zwaartekracht is daar afstotend (zo'n wereld kennen wij niet). "Plak" je deze twee oplossingen aan elkaar, dan ontstaat er een zgn Einstein-Rosen brug, of ookwel genoemd een wormgat. Om zo'n wormgat in stand te houden, heeft men wel exotische materie nodig: negatieve energie-veld .Zo wormgat zal dus erg instabiel zijn wanneer hij geconstrueerd zou worden door een hoog ontwikkelde beschaving.

 

 

Nu zijn begrippen als negatieve energie niet vreemd meer in de wereld van de elementaire deeltjes (quantum mechanica). De nederlandse natuurkundige Casimir heeft aangetoond proefondervindelijk (in het Philips lab) dat twee metalen platen in vacuum een kleine kracht ondervinden die alleen verklaard kan worden door aan te nemen dat het vacuum niet de laagste energie toestand is. Het vacuum is gepolariseerd Deze negatieve Casimir energie zou gebruikt kunnen worden om een wormgat bereisbaar te maken. Heeft men deze technische problemen overwonnen, dat heeft men de mogelijkheid om op een snelle manier van de ene plek van het universum naar een ander punt te reizen via het wormgat.

V11. Stel er bestaat een wormgat tussen Vega en de zon (Vega staat 4,3 lj weg). Het wormgat is door een kosmonaut te overbruggen in 2 uur. Reken uit hoe lang de zoon van de kosmonaut er op de conventionele manier over doet als zijn snelheid 0,1 keer de lichtsnelheid is. Conclusie?

 

Een wormgat kan ook een tijdmachine worden. Stel dat men instaat is om de ene mond van het wormgat met en hoge snelheid te verplaatsen. Keert men dat we terug naar de stilstaande mond, dan krijgt men de bekende tijd -rek ( zoals uitgelegd hierboven).Zie hfst V-8.

 

 

 **************************************************************************************************************************************************

 V-7. Extra dimensies

**********************************************************************************************************************************

 V-8. Tijdmachines?

Grootvader-paradox:

Stel dat je terug reist in de tijd en dat je je grootvader doodt voordat hij kinderen krijgt. Dat ontstaat de grootvader paradox: je elimineert je eigen bestaan. Het moge duidelijk zijn dat zo'n situatie niet wenselijk is in onze fysische wereld. Er zijn talloze artikelen verschenen waarin wetenschappers aantonen dat CTC's ontstaan. Een van de beroemdste natuurkundigen op dit moment, Stephen Hawking, beweert echter dat onze natuur vorming van CTC's zal voorkomen. Een bekende uitspraak van hem is: "Je ziet toch geen horden toeristen uit de toekomst" Hij noemt dit het "chronology protection conjecture" Ook de nederlandse natuurkundige, professor 't Hooft (Nobel prijs 1999!)heeft aangetoond dat de tijdmachine van Gott (de twee bewegende cosmische strings zie plaatje hierboven)zeer onwaarschijlijk is. Hij zou pas gevormd kunnen worden wanneer het heelal niet meer uitzet, maar aan het samentrekken is. Toch is deze discussie nog lang niet afgesloten. Wekelijks verschijnen er nieuwe artikelen van vooraanstaande natuurkundigen over dit onderwerp. De Scientific American publiceerde enkele jaren geleden een fraai artikel over dit probleem.(zie verder Hoofdstuk V-8)

 

 

 

 Er bestaan in de huidige theorieen 4 principes om een tijdmachine te produceren.

I.Gödel-heelal

II.Twee kosmische strings

III. Wormgat

 

Stel dat een persoon  de ene mond van een wormhole in zijn werkkamer heeft en de andere mond in een raket die voor het huis staat en waar een ander persoon mee gaat reizen. Een kenmerk van een wormgat is, zagen we, dat er geen tijd voor nodig is om van de ene mond naar de andere mond te gaan door de brug. Stel dat de twee personen elkaar een hand geven door het wormgat. Zie figuur.Stel dat de raket vertrekt om 9:00 1 jan 2008 met een grote snelheid vanaf de aarde. Na 6 uur keert ze om en is gemeten in haar eigen tijd na 12 uur terug op aarde. De thuisblijver kijkt door de wormhole en ziet haar thuiskomen om 21:00 uur 1 jan 2008. Hij ziet haar de raket  parkeren   voor het huis. Om 21:01 uur kijkt de thuisblijver uit het raam en ziet geen raket. Volgens de twinparadox ( zie terug) duurt de trip 10 jaar volgens de thuisblijver. Op 1 jan 2018 ziet hij de raket landen voor zijn huis. Hij gaat naar buiten en bemerkt inderdaad dat zij slechts 12 uur ouder is geworden en via de wormhole een hand vasthoudt van een persoon aan de andere kant van de wormhole. Hij kijkt door de wormhole in de raket en ziet zichzelf 10 jaar jonger in zijn werkkamer op 1 jan 2008.Kruipt hij door de mond in de raket naar zijn werkkamer dan ontmoet hij zichzelf 10 jaar jonger!. Kruipt hij via de mond in zijn werkkamer dan zal hij zichzelf 10 jaar later ontmoeten! Er is dus een tijdmachine geconstrueerd.Let wel, we gaan niet terug in de tijd! Dus er is niet sprake van de de grootvader paradox.

 

 

 

IV. EPR-device (Z-mysterie), mankement in de Quantum Mechanica.

De Einstein-Rosen-Podolski-paradox

     In de appendix leer je wat over de elementaire deeltjes en de quantum mechanica. Zo lees je dat bijvoorbeeld ook electronen een golfkarakter hebben . Maar golven kunnen interferentie vertonen (licht + licht kan duisternis geven!).

Hoe is dit nu te rijmen met het toch deterministisch karakter van een bewegend deeltje richting dubbelspleet. Men kan toch de baan van het deeltje volgen en zien door welke spleet hij gaat? De Heisenberg onzekerheidsrelatie vertelt ons dat wanneer we zeer nauwkeurig de positie bepalen van het electron op zijn weg naar de spleten en dus zeer klein maken, we een grote onzekerheid hebben in de impuls van het electron. Het electron kan dus niet getraceerd worden!  Deze Heisenberg relatie is goed getest in laboratoria.

Men kan ook zeggen, dat door het waarnemen, de uitkomst van het experiment verandert:

 

 Einstein kon dit niet accepteren: "God dobbelt niet", was een van zijn uitspraken. Einstein en Bohr hadden in de tijd van de geboorte van de quantum mechanica interessante discussies.

Einstein voerde als tegen argument aan het volgende gedachte experiment (dit werd later de Einstein-Podolski-Rosen paradox genoemd):

Beschouw weer het dubbelspleet experiment.    1. Schiet de electronen 1 voor 1 richting dubbelspleet

                                                                         2.Wanneeer we verder niets doen, zal er een interferentiepatroon ontstaan.

                                                                         3.Bedenk een apparaat om uit te vinden door welke spleet een electron ging   

 

                                                                        4. Dek de andere spleet af (het electron is er al voorbij)

Zal er interferentie optreden??  Ja: dan hebben we een probleem, immers het deeltje ging door 1 oppening en zou een rechte baan moeten beschrijven.

                                                Nee:  dan heeft het electron informatie ontvangen dat er 1 spleet werd afgedekt! ("spooky" action at a distance)

Einstein dacht dat dit de doodsteek was van de quantum mechanica (Z-mysterie). Echter: Z-mysterie aangetoond in laboratorium! Einstein had ongelijk: het interferentiepatroon verdwijnt!

Hieronder zie je hoe zo'n experiment gedaan is.

Een bron produceert een paar fotonen. Uit de quantum mechanica volgt, dat zo'n paar beschreven wordt door een wiskundig concept, de golffunctie   

die afhangt van de plaats en tijd. De kans dat een deeltje zich op tijd t op plaats x bevindt wordt dan berekend met   Er geldt het superpositie beginsel: wanneer en twee golven zijn, dan beschrijft    weer een mogelijke fysische toestand. Wanneer we bij het dubbelspleet experiment de openingen een voor een openen ,dan is de intensiteit op het scherm : .Wanneer beiden spleten open zijn:   , hetgeen ongelijk is aan de eerste uitdrukking!

 

Golffunctie  getekend als functie van de plaats  x en van de impuls p

 Voor een vlakke golf die zich in de x-richting verplaatst heeft men

 

met A de amplitude, k de impuls en de frequentie. Je ziet hier ook het duale karakter: zowel impuls (deeltje) als frequentie (golf) staat in de golffunctie. Bovendien is hij complex (i2=-1).

Verschillende vlakke golven kunnen samen een nieuw “golfpakketje” volgens het superpositie principe vormen.

 

De Heisenberg relatie is ook duidelijk te maken met deze twee plaatjes: wanneer x klein is (smalle gepiekte golf), wordt de impuls grafiek juist  breder: smeert zich uit over een groter bereik van  de impuls en het deeltjes begrip wordt “fuzzy” en onbepaald!

                                                                      

 Ons twee-fotonen systeem wordt ook beschreven door 1 golffunctie. We zeggen dat er "quantum phase entanglement" is: zolang we niet waarnemen vormt het paar een quantum-coherent(gecorreleerde golffunctie) geheel, ook als ze uit elkaar bewegen. Stel nu dat we links met een detector bepalen of we te maken hebben met lineair gepolariseerd licht of circulair [ dit zijn eigenschappen van licht. Met een polaroid zonnebril kan men b.v. lin gepol licht maken] . Wanneer het lineair is, weet het andere foton instantaan dat het ook lineair gepolariseerd is. Er is dus informatie sneller dan het licht overgedragen! In feite is ons model van de werkelijkheid niet-lokaal. In een lokale werkelijkheid kan invloed nooit sneller dan het licht gaan en gaat de informatie niet snel genoeg om om quantum effecten te verklaren ( super-luminal reality).

 

 

Toepassing: "Seeing in the dark"

Is het mogelijk om een voorwerp te zien zonder dat er een enkel foton aan te pas komt ( of wat voor deeltje dan ook)? antwoord: ja! We maken  gebruik van de EPR-paradox.

 

We laten fotonen uit A vallen op een half-doorlaatbare spiegel( Beam-splitter). De fotonen kunnen dus route 1 of route 2 kiezen. Deze routes zijn exact gelijk. Met behulp van spiegels S1 en S2 brengen we de fotonen weer bij elkaar in B. D1 en   D2 zijn detectoren . D1 registreert bij een minimum en  D2 bij een maximum. Er zal dus versterking op treden, omdat het weglengte verschil 0λ is.Dus D2 registreert met 100% kans! We weten uit interferentieproeven dat men de fotonen ook 1 voor 1 uit A kan laten vertrekken. D2 blijft 100% registreren.

Stel we plaatsen nu een bom in de baan 1. Deze bom gaat af wanneer 1 foton hem treft. Er zijn nu 2 mogelijkheden:

             mogelijkheid 1:   Foton neemt route 1: bom gaat af.

             mogelijkheid 2:   Foton neemt route 2:  Er is nu echter geen interferentie mogelijk, want er is maar 1 route! Omdat B ook een beamsplitter heeft, zal er dus 50% kans zijn dat nu detector  D1

                                         afgaat. Dus registreert D1 , dan weten we dat er een bom aanwezig is, zonder dat er een foton voor nodig is!

 Men kan dit principe verbeteren, zodat de 50 % naar 100% gaat!: we kunnen iets detecteren zonder een  "medium".  Dit verschijnsel is in een laboratorium aangetoond (Vaidmann-Elizur)

Wheeler bedacht een kosmologische variant van het EPR mysterie. We zagen  in het hoofdstuk V3 het effect van een gravitatielens: er kunnen dubbelbeelden ontstaan van b.v. een ver verwijderde quasar. Men kan dit ook zien als een enorm dubbelspleet-experiment:

Wanneer we naar melkweg 1 kijken met een telescoop, dan zien we het licht uitgezonden door de quasar dat werd afgebogen door melkweg 1. Idem wanneer we naar melkweg 2 kijken. Maar dit is in feite een dubbelspleet experiment. De fotonen kunnen bij de aarde interfereren. Omdat de quasar ver weg staat en de intensiteit dus zeer laag is, kan het zo zijn dat de fotonen met een zekere tussenpose, 1 voor een de aarde treffen. De fotonen zijn miljarden jaren onderweg, lang voordat er leven op aarde was en dus waarnemers. Dus waarnemen NU bepaalt het verleden van de fotonen: of interferentie of licht van 1 quasar ( door naar b.v.  melkwegstelsel 1 te kijken), afhankelijk van de actie van de waarnemer nu. Immers, interferentie is alleen mogelijk wanneer de fotonen in een ver verleden de keuze konden maken van de twee wegen!

 

 

 Does looking back "now" give reality to what happened "then"?

(Bestaat het universum wanneer we niet waarnemen?)

 

 Men deze kennis van het Z-mysterie, kunnen we proberen een persoon terug in de tijd te transformeren.

 

 

Quantum theorie versus Determinisme

 

Het lijkt erop dat de quantum mechanica door het Z-mysterie ernstige  problemen vertoont. Bovendien: waarom kan men het superpositie principe van toestanden  van enkele deeltjes (zie hierboven) niet toepassen in de klassieke wereld? Wij kennen in onze wereld maar 1 werkelijkheid. Wanneer wij niet waarnemen aan bijvoorbeeld de toestand van een persoon die we kennen, dan zal die persoon zich niet in verschillende toestanden bevinden ( zie ook Hst 6) . Toch heeft men entanglement van een groep van tientallen elementaire deeltjes inmiddels wel aangetoond. Waar ligt dan de grens? Volgens de kosmoloog Paul Davies bepaalt de complexiteit van een systeem deze grens.

Men beweert wel dat de diepere verklaring moet liggen in Bell's theorema van verborgen variabelen: #(A, niet B) + #(B,niet C) ³ #(A,niet C)

 

Voorbeeld:  Groep studenten:  A: aantal mannelijke studenten; B: aantal met lengte > 173 cm; C: blauwe ogen.

Dan:    #(studenten < 173 cm) + #(studenten >173 en geen blauwe ogen) > #(studenten en geen blauwe ogen)

 

********************************************************************************************************************************************************

********************************************************************************************************************************************************

Lesblok VI Het uitdijende heelal.

********************************************************************************************************************************************************

VI-1. De ontdekking van Hubble.

 

 Toen Einstein in 1915 zijn algemene relativiteits theorie opstelde, kon hij ook een model maken van het heelal. Dit Friedman-Robertson-Walker model leverde echter geen statisch heelal. Men dacht in die tijd dat het heelal niet uitzette. Zo moest Einstein in zijn vergelijkingen een kunstgreep toepassen: Hij voerde een extra term in (de cosmologische constante) die er voor zorgde dat de vergelijkingen een statische oplossing kreeg.

In 1920 werd er echter een schokkende ontdekking gedaan door de astronoom Hubble. De sterrenstelsels om ons heen bewegen met een snelheid van ons af, en deze snelheid neemt toe naarmate ze verder van ons afstaan. We noemen dit de Hubble-wet. Dus het heelal zet uit!!Toen Einstein dit te horen kreeg noemde hij zijn extra term de grootste blunder van zijn leven! [ Tegenwoordig denkt men hier weer wat genuanceerder over. Misschien is de cosmologische constante van Einstein toch nodig in het expanderende heelal model. Dit heeft te maken met de enorme hoeveelheid massa die men te kort komt in het model van het heelal.] Wanneer het heelal dus uitzet, dan moet er dus ook een "begin" geweest zijn. Dit noemt men de Big Bang.

                  

Door de snelheid en afstand van sterrenstelsels te meten, kunnen we ook een schatting maken van de ouderdom van het heelal. Men is in staat om de afstand van sterrenstelsels vrij nauwkeurig te meten. Men doet dit o.a. door te kijken naar sterren in dat melkwegstelsels die varieren in lichtsterkte (Cepheide sterren). De snelheid vindt men door het Doppler effect: immers, wanneer een lichtbron van ons af beweegt, verandert de frequentie van dat licht en dus de golflengte(vergelijk met de toonhoogte van een sirene op een ziekenauto). Maakt men dan een grafiek van v tegen R, dan krijgt men een rechte lijn:

 

 

                                                               

 Horizontaal staat de afstand in parsec (=3,26 lichtjaar) en vertikaal de snelheid (km/s).De lijn heeft dus de vergelijking

v=H.r

met H de Hubble constante.

V1. Bepaal de Hubble constante H uit de grafiek. Wat is de eenheid?

H geeft dus aan dat voor elke 3,2 miljoen lichtjaren in de ruimte , het object op die plaats met H km/s zich van je verwijdert. Bovenstaande grafiek is gemaakt met een bepaalde groep sterrenstelsels. Je ziet dat de nauwkeurigheid nogal te wensen overlaat!

V2. Wanneer je H uitdrukt in seconden, dan stelt 1/H de ouderdom van het heelal voor. Bepaal zo de ouderdom van ons heelal. Geef ook een marge aan door de zwarte lijn ook anders door de meetpunten te leggen.

Op de volgende sites vind je wat meer informatie over de Hubble constante. Je kunt hier zelf een Hubble diagram maken (voor natuurkundigen ): Measuring the Hubble constant enThe age of the universe.

 

File:Universe expansion2.png

VI-2 De verschillende stadia van het heelal

Het heelal is dus ongeveer 15 miljard jaar oud. De vraag is dan wat zich in de loop van deze tijd afspeelde in het heelal. Hieronder zie je een overzicht van de verschillende gebeurtenissen:

 

 De situatie 10-43 seconden  na de big bang noemt men de Planck epoch. Het heelal was toen zeer heet: 1028 eV(=3.1031 K !!). Men heeft nog geen wiskundig correct model om deze situatie te kunnen beschrijven. Bij deze temperatuur moeten alle krachten (dus ook het buitenbeentje de zwaartekracht) in een model geunificeerd zijn. Men noemt dit een TOE (= theory of everything). Vlak na de BB zette het heelal heel even zeer sterk uit ( inflatie; zie later). Dit komt door het Higgsveld ( het zelfde veld dat een rol speelt in de elementaire deeltjes theorie en dat CERN hoopt te vinden). Zie Appendix. Je ziet ook aangegeven de energie die CERN zal halen! Vlak na de inflatie was er een stralings evenwicht van alle elementaire deeltjes en enegie.De temperatuur was zo hoog dat er nog geen gebonden toestanden voorkwamen.Na 100 seconden waren er protonen en neutronen(baryonen) gevormd ( en mesonen, een combinatie van 2 quark deeltjes). Licht ( fotonen) waren nog steeds in stralings evenwicht met de materie. Pas na 300.000 jaar ontkoppelde de fotonen en werd het heelal transparant.Deze vroege fotonen kan men nog steeds opvangen en wordt de kosmische achtergrondstraling genoemd( zie later).Ook bevatte de "oersoep" neutrono's, elementaire deeltjes die nauwelijks wisselwerken met gewone materie.Men hoopt de oer-neutrino's ooit een keer op te vangen. Zij bevatten informatie uit een tijd vlak na de BB en niet zoals bij fotonen uit een veel later tijdstip (300.000j). Hieronder zie je de samenstelling van de materie op twee tijdstippen: Nu en 380.000 j na de BB. Hij bijzondere aan dit overzicht is dat er heel veel onbekende ( "donkere") materie(energie) moet zijn! Tot nu toe heeft men nog geen goed beeld waaruit deze donkere materie bestaat. De donkere energie is waarschijnlijk de cosmologische constante ( vacuum energie). Ook zal de LHC in CERN misschien ontdekken waaruit de donkere materie bestaat.

 V3. Wat gebeurde er 1 seconde na de Big Bang?

VI-3 Wat wiskunde van het uitzettende heelal

 

Wanneer je weet dat het heelal uitzet, dan ben je geneigd te denken dat alles uit 1 punt begon . Je maakt dan een voorstelling van een bol  die steeds groter wordt. En een bol heeft een middelpunt!. Toch is dit een foute voorstelling. Het heelal zet zgn. isotroop uit. Dat betekent dat elk punt van onze ruimte het centrum van de expansie is!! Wij zien dat alle melkwegstelsels van ons af bewegen. Wij denken dus dat we het centrum zijn. Maar een waarnemer 2 miljard jaar van ons weg zal ook alle sterrenstelsels van zich af zien bewegen!!Hij denk dat hij het centrum is van het heelal. Zo'n uitzetting kunnen we ons niet voorstellen in beelden (dus als een bol). Er bestaat wel een aardig beeld van isotrope uitzetting in een dimensie lager: alle sterrenstelsels liggen in dit model op een ballon(links). Rechts zie je een animatie van de BB: er is geen centrum. 

 

 

V4. Leg uit dat elke punt van het ballon oppervlak centrum van expansie is.

  Men kan een grafiek maken van de "straal" van het heelal en de tijd:

Wanneer het heelal blijft uitzetten, spreekt men van een open universum. Wanneer het heelal op den duur weer gaat samentrekken (Big Crunch), spreekt men van een gesloten universum. Een vlak universum betekent dat het heelal op den duur statisch wordt (na oneindig lange tijd).

Metingen wijzen erop dat het heelal open is. De totale massa (+ de onzichtbare massa) van het heelal kan zo'n situatie niet toelaten. Er moet dus een soort "afstoting" zijn. Men noemt dit de cosmologische constante.

In 2011 kregen 3 sterrenkundige voor de ontdekking dat het heelal blijft uitzetten en zelfs versneld, de nobelprijs! Zie artikel hieronder

vvvv

Bovendien moet er in het begin van de expansie van het heelal een periode geweest zijn dat het heelal exponentieel toenam. Men noemt dit inflatie( zie ook lesblok 7). Hieronder zie je een globaal beeld van de uitzetting. De blauwe lijn stelt de ontwikkeling voor met inflatie.

 V5. Probeer te omschrijven wat een waarnemer zal waarnemen wanneer hij zich bevindt in het inflationaire tijdperk.

V6. Idem voor een waarnemer in een samentrekkend heelal

 

 

 

VI-4   Universe or multiverse? Het antropisch principe

 

 

VI-5 Exit BigBang theorie? Penrose's model

 

VI-6  Ons heelal als quantum systeem

VI-7 Many worlds in one

 

 

********************************************************************************************************************************************************

Lesblok VII  Een nieuw model van ons heelal: Randall-Sondrum revolutie

********************************************************************************************************************************************************

De Big Bang theorie is een zeer succesvolle theorie. Vele waarnemingen kunnen verklaard worden met dit model. Toch blijft de vraag hangen: wat was er voor de BB? En hoe is de BB uit de begin singulariteit ontstaan?

 

 

*****************************************************************************************************************************************************

*****************************************************************************************************************************************************

Appendix  

De stand van zaken in de moderne natuurkunde

 

A. De weg naar  de kennis van de elementaire deeltjes en velden.

Kathode straling

Omstreeks 1850 kon men vonken laten overspringen in verschillende zuivere gassen, zoals waterstof en helium.Men was geinteresseerd in hoeveel spanning tussen twee platen (+ en -) nodig was om een vonk te laten overspringen.Toen in 1855 de kwik vacuum pomp was ontwikkeld, kon Crookes proeven doen met een vacuum getrokken buis met daarin een kathode (-) en een anode (+). Hij ontdekte dat en een stoom bleef lopen, terwijl het vacuum toch een zeer goede isolator is.

Nog merkwaardiger was de proef van Goldstein die in 1876 de buis van Crookes veranderde door  in de anode een kleine opening te maken. Het bleek dat het glas achter de opening begon op te lichten wanneer het was ingesmeerd met een fluoriserend laagje verf(zinksulfide). Nog fraaier was de buis die hij maakte met een kruis. Achter het kruis ontstond een "schaduw" wanneer de spanning tussen de anode en kathode werd opgevoerd.

 

                      

Blijkbaar bestaat de elektrische stroom uit een stroom deeltjes, die door hun massa "doorschieten". Dit verschijnsel werd kathode straling genoemd.

 

X-stralen

In de jaren na de ontdekking van de kathode straling, werd er in verschillende laboratoria geexperimenteerd met deze straling. Werd er in de buis van Crookes een kleine hoeveelheid gas gedaan, dan begon dit gas ook wat licht te geven. Ook Rontgen was in 1895 proeven aan het doen met kathodestraling.  Hij liet de straling vallen op een plaatje metaal, om te onderzoeken of ze er doorheen gingen. Bij toeval ontdekte hij dat op enkele meters afstand van de opstelling een scherm dat bedekt was met een fluoriserend verflaagje, begon te gloeien. Blijkbaar werd er een soort straling uitgezonden veroorzaakt doordat de kathodestraling op het metalen plaatje valt. Hieronder zie je een rontgen buis. Het middelste schuine plaatje is in de bundel van de kathode straling geplaatst. Rontgen plaatste vervolgens allerlei voorwerpen in de bundel. De straling ging er gewoon doorheen! Alleen bij dikke metalen voorwerpen verdween het oplichten van het fluorisentiescherm. Het was dus geen kathodestraling, want die werden tegengehouden door dunne voorwerpen, zoals het kruis in de Crookes buis. Wanneer Rontgen zijn hand in de bundel plaatste, zag hij tot zijn verbazing zijn eigen botten!

Hieronder zie je de eerste rontgen foto van de hand van de vrouw van Rontgen.

 

Rontgen noemde deze straling X-rays.

Radioactiviteit

De ontdekking van Rontgen inspireerde vele natuurkundigen om ook proeven te doen met deze straling.Ook de franse natuurkundige Becquerel. Hij experimenteerde met fosforiserend materiaal, stoffen die even oplichten in het donker wanneer ze een tijdje in het zonlicht worden gehouden. Hij had een vermoeden dat deze stoffen X-rays uitzenden nadat  ze door het zonlicht waren geactiveerd. Hij gebruikte fotografische platen ( deze waren in die tijd al in gebruik om foto's te maken) om dit aan te tonen. Deze fosforiserende stoffen vond men in de natuur. Het leverde echter geen zwarting op! Tenslotte gebruikte hij uranium zout ( KUOSO4). Deze stof licht even op wanneer het wordt bestraald met ultraviolet licht. Nu werd de fotografische plaat wel zwart. Het fosforiserende uraniumzout zou X-rays uitzenden! Gelukkig was Becquerel een zorgvuldig natuurkundige. Hij herhaalde de proef onder verschillende condities. Bij toeval echter ontdekte hij dat het zout de fotografische plaat ook een zwarting gaf wanneer het zout niet eerst in het zonlicht werd geplaatst! Blijkbaar was de fosforiserende eigenschap niet de oorzaak. Zou iets anders de oorzaak zijn? Tenslotte gebruikte hij een ander uraniumzout dat niet de eigenschap van fosforiseren had. Ook nu werd de plaat zwart. Uranium was blijkbaar de oorzaak. Radioactiviteit was ontdekt ( Becquerel straling, 1896). In 1898 deed Marie Curie ( Marya Sklodowska) vervolg experimenten met uranium en thorium. Alleen de hoeveelheid van deze stoffen was bepalend voor de mate van zwarting van de fotografische platen. Curie ontdekte later nog andere stoffen die radioactief waren: polonium, radium, barium.

Maar wat was dit voor straling? In ieder geval geen X-rays. In 1899 werkte Rutherford ook aan dit verschijnsel. Hij kwam op het idee om met een magneetveld en electrischveld de straling te onderzoeken. De kathodestralen buigen is een magneetveld. Ook Hertz in Duitseland deed proeven met afbuiging. Zijn resultaat was dat ze niet buigen in een elektrisch veld. Conclusie: kathodestraling zijn deeltjes en voeren soms elektrische lading mee. "Pakken" ze onderweg lading op?

 

De ontdekking van het elektron

J. Thomson deed in het beroemde Cavendish laboratorium in Engeland de proef van Hertz over, maar met een buis die goed vacuum was getrokken. Hij vond dat de kathodestraling wel afbuigen in een elektrisch veld!Uiteindelijk was de conclusie dat kathodestralen uit geladen deeltjes moeten bestaan. Wiechert deed een experiment in 1897, waarbij hij de verhouding van de lading (e) en de massa (m) van deze deeltjes kon bepalen. Deze verhouding was veel kleiner dat die van bekende elementen.Thomson was bekend met dit resultaat en herhaalde zijn experiment. Bovendien wilde hij de snelheid van kathodestalen bepalen. Doordat een magneet de stralen afbuigt in een bepaalde richting, kan men er voor zorgen dat een elektrisch veld deze afbuiging te niet doet. Men kan dan de snelheid bepalen door de sterkte van de twee velden te bepalen. Thomson vond dat de snelheid veel kleiner was dat de snelheid van het licht!

Thomson vermoedde dat de de kathode stralen uit een nieuw soort deeltje moest bestaan( "corpuscles"). Hij kwam op die gedachte, omdat geioniseerd gas zich min of meer gedroeg als kathode stralen. Maar de massa van waterstof ion was bekend. De conclusie was dat het nieuwe "element", het electron, 1/1886 maal zo licht was als waterstof. De naam electron werd trouwens voor het eerst gebruikt door Stoney in 1891, maar niet in verband met kathodestraling.

De bouw van het atoom

Een belangrijke vraag bleef echter na de ontdekking van Thomson: waarom is het nieuwe element (electron) zo licht? De natuurkundige Rutherford had al in 1899 ontdekt dat radioactiviteit van uranium uit twee soorten kon bestaan, omdat ze op twee manieren kunnen afbuigen in een magnetisch veld. Ook was bekend dat atomen elektrisch neutraal waren. Het electron was negatief geladen. Waar zat de positieve lading?

                                                         

In 1910 deded Rutherford en Becquerel proeven met alpha deeltjes. Ze ontdekten dat ze snelheid verliezen als ze in lucht bewegen. Later lieten ze de bundel op dunne plaatjes metaal vallen: het merendeel ging rechtdoor, ongestoord. Een enkel deeltjes kaatste volledig terug. Ten tijde van dit experiment, was het plum-pudding model van een atoom gangbaar: een brij van positieve en negatieve ladingen

                 plum pudding model                                              model Rutherford

Met de resultaten van Rutherford, was dit model niet houdbaar: Rutherford veronderstelde dat een atoom uit een harde kern moest bestaan met daaromheen de electronen. Dit verklaart de kleine trefkans bij terugkaatsing. De afmeting van de kern zou 10.000 keer kleiner moeten zijn dan de afmeting van het atoom.

 

 

foto van een atoom

Het model van Rutherford was een enorme doorbraak in het begrijpen van de bouw van de elementen. In de kern zit positieve lading die de negatieve lading van de electronen neutraliseert. De electronen bewegen als een planeetbaan om de kern. Maar is zo'n systeem wel stabiel? Rutherford zelf onderkende dit probleem. Het electron zal naar binnen spiraliseren en op de kern terecht komen!

De bouw van de kern

Rutherford concludeerde in 1920 al dat een grotere kern misschien wel uit meerdere waterstof atomen bestond. Hij veronderstelde echter dat er ook neutraal deeltje, een combinatie van een proton en een electron, in de kern moesten zitten. Hij  noemde dit een neutron. Een leerling van Rutherford,  Chadwick, deed in 1932 proeven met deze neutrale deeltjes. In 1930 konden Bothe en Becke deze neutrale deeltjes vrij maken door alpha deeltjes te laten vallen op beryllium. Wat Chadwick ontdekte was het volgende: hij liet de neutrale deeltjes op waterstof vallen en constateerde dat er protonen uit kwamen. De massa was 1,006 maal die van een proton: het neutron was ontdekt, een nieuw elementair deeltje. De stand van zaken was dus als volgt:

            

De opkomst van de quantum mechanica

De natuurkundigen zaten met een groot probleem. Het model van Rutherford leek aardig te kloppen met de waarnemingen en toch kon een atoom niet stabiel zijn Door de electro-magnetische straling verliest het elektron energie.  De oplossing kwan in de vorm van de quantum mechanica. Planck had in 1900 gesteld dat het EM-stralingsveld gequantiseerd moet zijn. De "pakketjes" energie noemde hij fotonen. Bohr, Heisenberg, Schrodinger, Dirac en Bohr ontwikkelden in een tijdsbestek van 20 jaar de QM.

Het was Bohr die  het Rutherford model "redde". Hij postuleerde dat het elektron niet in elke wikkeurige baan om de kern kan rondlopen, maar allen in discrete banen.Maxwell was al in staat uit te leggen (Maxwell vergelijkingen) hoe elektronen licht konden uitzenden, maar niet waarom het alleen bepaalde kleuren uitzond. Bohr's verklaring berust op het feit dat ook deeltjes zich soms voordoen als golf. Onze materie is duaal: soms een golf soms een deeltje. De goflengte van een massief deeltje met snelheid v wordt gegeven door Debroglie golflengte λ=h/mv. Er ontstaat een stabiele baan als op de cirkel een geheel aantal keren  de golflengte past.

We kennen allen het verschijnsel interferentie van licht: twee lichtgolven kunnen elkaar versterken of uitdoven al naar gelang of de golven in de pas lopen, of uit fase: Wanneer we door twee spleten licht laten vallen, dan ontstaat er op het scherm achter de spleten een interferentiepatroon omdat licht een golf is! De twee golven uit S1 en S2  kunnen elkaar versterken of uitdoven. Gevolg: op het scherm ontstaan lichte en donkere strepen (proef van Young).

                                                                                   

           

Omdat de materie duaal is,  deeltje of golf, kunnen we lichtgolven ook als deeltjes zien (fotonen). Men kan tegenwoordig fotonen per stuk maken in een laboratorium. Een pakketje energie E=h.f  met golf frequentie f. De vraag is dan: wat gebeurt er wanneer we de fotonen een voor een richting de dubbelspleet schieten!

Resultaat: er ontstaat weer een interferentie patroon! Zelfs wanneer we electronen richting dubbelpleet schieten krijgt men een interferentie patroon. Men zou verwachten dat het deeltje of door S1 gaat of door S2 , dus  geen interferentie patroon.

 

 

Foute voorstelling van elementaire deeltjes die 1 voor 1 richting dubbelspleet gaan

 

 

correcte voorstelling

 

                        

Interferentie van electronen:  men ziet op het scherm het patroon ontstaan.

 

 

B. De kracht van de wiskunde