De
gravitatie theorie van Einstein
Einstein poneerde zijn beroemde theorie over de zwaartekracht in 1922.
Einstein
Het gedrag van straling en massa beschreef hij op een elegante wiskundige
manier: de ruimte “vervormt” in de buurt van een
massa.
Als de ruimte wordt vervormd in de buurt van massa (zie figuur 2)
fig 2
dan zal licht dus afbuigen in de
buurt van het object. Dit verschijnsel is experimenteel aangetoond tijdens een
zonsverduistering. Zie figuur 3
fig 3
Grote massieve objecten kunnen zo als een “gravitatielens”
optreden.

Fig 4
In figuur 4 zie je een meerdere beelden
van een object dat door de afbuiging van het licht door een melkwegstelsel wordt
veroorzaakt. In figuur 5 zie je ook meerdere beelden van hetzelfde object.
Fig 5
In zekere zin kan ruimte ook als een dynamische grootheid gezien worden,
zoals het electro-magnetische (EM) veld. Zie
figuur 6.
fig 6
Wanneer de vervorming van de ruimte zich ook kan voortplanten als een golf,
dan zou je het effect kunnen krijgen zoals is afgebeeld in figuur 7.
fig 7
Men noemt dit een gravitatie golf. Men hoopt dit verschijnsel spoedig
aan te tonen met grote detectoren, zoals de LIGO detector (figuur 8) en de LISA
detector (figuur 9). Wanneer twee
neutronen sterren op elkaar botsen, zou een gravitatiegolf kunnen ontstaan die
door LISA gevoeld moet worden!
fig 8
fig 9
Wanneer twee neutronen sterren op elkaar botsen, zou een gravitatiegolf kunnen
ontstaan die door LISA gevoeld moet worden!

fig 9b
fig 9c
Wanneer twee grote zwarte gaten bij elkaar in de buurt staan, kan ook
gravitatiestraling worden uitgezonden. Zie figuur 9b.
fig9d
Ook wanneer een supernova ontstaat (fig 9d)
zou gravitatiestraling gevoeld
moeten worden.
Wanneer dit inderdaad wordt aangetoond, heeft men weer een bewijs dat de
theorie van Einstein klopt.
Een ander verschijnsel dat de theorie van Einstein bewijst, is het Sagnac effect. Wanneer een object draait, dat wordt de
ruimte ook wat vervormd. Dit is een ander effect dan de statische vervorming
zoals afgebeeld in figuur 2. Men spreekt van “frame-dragging”.
De aarde draait ook, dus de ruimte om de aarde wordt ook wat “opgewonden”.
fig 10
Wanneer men nu een satelliet links om om de aarde laat draaien en de
omloopstijd vergelijkt men die van een satelliet die rechtsom draait, dan vindt
men een klein tijdsverschil!
Een bijzonder object:
de Kosmische string
Het beroemdste object dan iedereen kent, is een zwartgat.
Het kan het overblijfsel van een supernova zijn: de restmassa van de ster
schrompelt ineen door de zwaartekracht en uiteindelijk vormt zich een zwartgat.
Nu verschilt de vervorming van de ruimte om een zwartgat niet zoveel van die
van een gewone ster. Het zwaartekracht veld is alleen wat sterker. Zo sterk dat
binnen een zekere straal (Schwartzschild straal) zelfs licht naar binnen wordt gezogen. Omdat licht het middel is om
informatie te ontvangen van een gebeurtenis of object, zal dus een zwartgat
vanaf de Schwartzschild straal voor ons verborgen blijven. We noemen dit een gebeurtenis horizon. Wat er nu precies binnen deze
horizon zich afspeelt, is onbegrepen.
Immers de zwaartekracht neemt steeds meer toe (evenredig met 1/r2).
Dus volgens Newtonse theorie moet in het centrum de kracht oneindig groot zijn
(1/0=?).
In figuur 11 zie je de vervorming afgebeeld.


Fig 11
fig 12
Toch heeft een zwartgat aan de buitenkant “normale” eigenschappen. Hij
bezit massa, soms draaizin, lading en zelfs magnetische lading. De meest
interessante zwarte gaten zitten in het centrum van melkwegstelsels. Zie figuur
13
fig 13
fig 14
Er zijn natuurkundigen die beweren dat er ook “mini”
zwarte gaten bestaan en misschien in de grote deeltjes versneller in CERN aangetoond kunnen worden. Dan zou figuur 14 misschien
wel werkelijkheid kunnen worden!
Zijn er dan nog exotischer objecten in het universum? Het antwoord is ja!
Een massief object zoals een zwartgat kan ook de vorm van een cilinder
aannemen.
De theorie van Einstein laat een cilindrisch object toe waaromheen de
ruimte op een wel heel bijzondere manier vervormd is: de cilindrische ruimte mist een wig. Knippen we uit een vel papier een wig en
plakken we de twee randen aan elkaar, dan ontstaat er een kegelachtige
structuur. Zie figuur 15

Fig 15
De twee dimensionale ruimte die zo ontstaat is in de drie dimensionale
ruimte niet vlak meer. Men kan de vlakke Euclidische
ruimte in onze vier dimensionale ruimte ( x,y,z en de tijd) voorstellen door
het lijn element
![]()
Of in poolcoördinaten
![]()
C is de lichtsnelheid.
Een willekeurig punt P kunnen we lokaliseren door de z, r en
coordinaat. Zie figuur
16. Er geldt:
![]()
fig 16
De oplossing van de vergelijking van Einstein die een cilinderachtige
oplossing minus een wig voorstelt wordt een kosmische
string oplossing genoemd. Het heeft eigenschappen vergelijkbaar met een
gewoon zwartgat. In eerste orde benadering is de ruimte om zo’n string vlak minus een wig.


fig 17
In lijnelement taal betekent dit dat
, met
een factor kleiner dan
1.Deze factor wordt bepaald door de massa van de string. Een kenmerk van zo’n
string is dat het dubbelbeelden kan geven van
astronomische objecten. Zie figuur 15.
Omdat de z-coordinaat hier geen rol speelt, kunnen we hem ook weglaten in
het lijnelement. Er is geen gravitatie effect(vlakke ruimte). We hebben dus te maken met een (2+1)
dimensionale Euclidische ruimte minus een wig.
Stel nu dat we twee van deze strings boven elkaar plaatsen op korte afstand
van elkaar.
fig 18
In figuur 18 is dit in vooraanzicht getekend. Een waarnemer in A zal 3 beelden van B zien. Een lichtstraal door O,
een lichtstraal via E1-E2 en een lichtstraal via E3
–E4 . Omdat E1 en E2 een en het zelfde punt
zijn, zien we dat de lichtstraal via E1-E2
er sneller is dan de lichtstraal via O ( w0 <x0 wanneer d<y0 ). Wanneer een
lichtstraal dit lukt, dan kan een raket
met voldoende snelheid t.o.v. de string dit ook. Een raket kan dus twee
gebeurtenissen in het y=0 vlak verbinden die een ruimte-achtige separartie
hebben. Dat wil zeggen dat hij eerder in B kan zijn dan een lichtstraal!
Stel nu dat we met een raket met hoge snelheid
(=v/c) vertrekken uit A
richting B via E1-E2 , om vervolgens via E3
–E4 langs de tweede string naar A terug. Om deze gebeurtenissen goed
te kunnen beschrijven moeten we eerst de speciale
relativiteitstheorie van Einstein begrijpen. Deze theorie werd door
Einstein in 1905 gepostuleerd.
Deze theorie berust op de volgende stellingen:
2. Er is geen bevoorrecht systeem.
3. Het is niet mogelijk de constante beweging van een systeem t.o.v. een
ander systeem vast te stellen door mechanische experimenten binnen dat eerste
systeem.
4. De lichtsnelheid in vacuum is constant voor alle waarnemers
in alle richtingen en op alle tijden.
Een belangrijk begrip in deze theorie is
gelijktijdigheid. Omdat de maximale snelheid altijd de lichtsnelheid c
is, zal informatie dus ook maximaal met snelheid c kunnen reizen. De afgelegde
weg r is dus
![]()
of
![]()
of
![]()
voor een foton. Omdat men niet sneller dan c kan reizen, geldt dus dat
(tijd-achtig). Wanneer
we de z-as even buiten beschouwing laten, dan stelt de invariant
een kegel voor. De begrenzing is de deellijn ![]()
fig 19
Onze wereldlijnen blijven binnen deze
kegel, omdat we niet sneller dan c gaan. Stel nu dat we twee punten hebben die
t.o.v. elkaar bewegen en we willen
informatie over een gebeurtenis in een van de stelsels uitwisselen. Dan hebben
we een probleem, omdat we iets moeten afspreken over de tijd waarop de
gebeurtenis plaatsvond. Er is geen gelijktijdigheid te definieren, immers als
we op de klok van het andere bewegende stelsel willen kijken, dan duurt het
even voordat het licht bij ons is.
We moeten dus de tijd als een extra coordinaat van een stelsel zien. We definieren
een 4-vector van een voorval in een zeker stelsel S als (t1,x1,y1,z1).
Stel nu dat we tweede stelsels S’
hebben, die een snelheid v heeft
gemeten in S. Een voorval in het tweede stelsel S’ heeft coordinaten (t2,x2,y2,z2).
De twee gebeurtenissen zijn dan met elkaar verbonden door de zgn.
Lorentz-transformatie (LT):
![]()

Met
. We hebben de y en z even weggelaten.
Alleen met een LT kan men twee gebeurtenissen in verschillende inertiaal
stelsels vergelijken. Het bewijs is simpel (heen en terug):

![]()
We gaan terug naar onze kosmische string reiziger. De 4-vector van de
punten E1 , E2 , E3 , E4 in figuur 16
zijn:



,
In het laboratorium systeem. Vervolgens geven we de strings snelheid.
fig 20
Na de LT worden de coordinaten van E1 , E2 , E3
, E4
, 


De punten E1 , E2 worden weer gelijk evenals E3 , E4 .
Een raket met snelheid
kan nu in het
lab-stelsel reizen van E2 naar E3
en van E4 naar E1.
De tijdwinst van E1 naar E2 is
.

In deze tijd moet de raket minimaal overbruggen 2.y1. Dus
![]()
![]()
We kunnen x0 vrij kiezen, dus kunnen we
kiezen. Omdat
<1 moet zijn, geldt
![]()
Dus
, of ![]()
De raket beschrijft dan een gesloten
tijd kromme (CTC).
Voor een super massieve string vindt men ongeveer
.
Zou een superbeschaving is staat zijn om een raket op deze manier in een
tijd-loop te krijgen?

Het model vertoont echter een aantal problemen. Zo zou de snelheid tachionic worden: sneller dan het licht.